Half september sta je bij de kabelbaan van Malcesine naar de Monte Baldo hooguit twintig minuten in de rij, terwijl diezelfde wachttijd in de eerste week van augustus zomaar anderhalf uur bedraagt tussen Duitse en Nederlandse kentekens op de parkeerplaats. Dat verschil zegt meer over het Gardameer dan welke reisgids ook: dezelfde bergdorpen, hetzelfde water, maar zonder de deining van duizenden extra toeristen per dag die in augustus over de lungolago schuifelen.
Wanneer de drukte precies wegtrekt
Ferragosto, de fabrieksvakantie rond 15 augustus, is de harde knip in het Italiaanse vakantieritme. Gezinnen die de hele maand op de camping stonden, breken hun tent af zodra de scholen in de tweede helft van september weer beginnen, in sommige regio's zelfs al op 8 september. Duitse en Nederlandse gasten blijven doorgaans iets langer hangen, want hun schoolvakanties lopen anders, maar ook zij dunnen na het eerste weekend van september flink uit. Het resultaat is een meer dat doordeweeks bijna leeg aanvoelt, terwijl het in het weekend nog wel een golf Italiaanse stedelingen krijgt die een lang weekend Brescia of Verona ontvluchten. Rijd je op een donderdagochtend langs Bardolino, dan vind je een parkeerplek zonder te zoeken; kom je op zaterdag, dan is dat opeens weer een ander verhaal. Dat weekendritme is precies waarom de doordeweekse dagen in september de beste tijd zijn om het meer echt rustig te ervaren.
Die verschuiving is ook in de portemonnee te merken. Een staanplaats voor twee volwassenen, een auto en een tent kostte begin augustus bij Camping San Francesco in Bardolino zo'n 58 euro per nacht; in de derde week van september zakt hetzelfde plekje naar 38 tot 42 euro. Camping Bella Italia bij Peschiera del Garda hanteert een vergelijkbaar patroon en gooit de laagseizoenprijzen er half september al uit. Wacht je tot na 20 september, dan sluiten sommige kleinere campings juist alweer hun poorten voor het seizoen. De eerste twee weken van de maand zijn dus het beste compromis tussen rust en beschikbaarheid.
Bergdorpen boven het water
Het meer wordt vooral mooi zodra je het van bovenaf bekijkt, en drie dorpen lenen zich daar bijzonder goed voor. Tremosine sul Garda ligt op een plateau, ruim driehonderd meter boven het water, en is bereikbaar via de Strada della Forra, een weg die nauwelijks breder is dan een auto en meer dan honderd jaar geleden in de rotswand werd uitgehakt. Je herkent de weg misschien uit de James Bond-film Quantum of Solace, waarin precies deze route de decor vormt voor een achtervolgingsscène. Rijd hem in september overdag, wanneer je niet op elke bocht in de spiegel hoeft te kijken voor een tegenligger, en stop halverwege bij een van de kleine uitkijkpunten voor het uitzicht over het hele meer.
Malcesine, iets verderop aan de oostoever, heeft een kasteel van de Scaligeri-familie dat rechtstreeks uit het water lijkt te groeien, en de al genoemde kabelbaan die in twee etappes naar 1.760 meter hoogte draait; de cabine roteert onderweg, zodat iedereen hetzelfde uitzicht krijgt. Een retourtje kost 33 euro voor een volwassene, wat niet goedkoop is, maar het uitzicht over het hele meer tot aan de Povlakte rechtvaardigt de prijs ruimschoots. Neem eerst een espresso op een van de café's aan de kade, want de rij bij het kassahuisje van de kabelbaan wordt tegen elf uur alsnog langer. Limone sul Garda, nog wat noordelijker, dankt zijn naam aan de citroenterrassen die tegen de rotswand zijn gebouwd. Wandel er 's ochtends vroeg tussen de oude limonaie, koop een potje citroenmarmelade bij een van de kleine kwekers en laat de lungolago met zijn café's tot na de lunch aan de dagjesmensen over. Wie de drie dorpen op één dag wil combineren, moet vroeg vertrekken; de kustweg tussen Limone en Riva del Garda staat halverwege de ochtend alweer vol met campers en fietsers.
Zwemmen kan nog, maar niet overal rustig
Het water houdt in september nog altijd 22 tot 23 graden vast, terwijl de lucht overdag 24 tot 27 graden haalt zonder de plakkerige vochtigheid van augustus. Stranden als Jamaica Beach bij Torbole en Spiaggia Le Sabbioni bij Peschiera blijven zwemwaardig tot ver in de maand. Toch is het geen stilstaand zwembad.
Rond het middaguur zet vrijwel dagelijks de Ora op, de thermische wind die vanuit het zuiden over het water jaagt en tegen twee, drie uur 's middags flink kan aanwakkeren. Voor windsurfers en kitesurfers bij Torbole en Riva del Garda is dat precies waarom ze er staan; voor wie rustig baantjes wil trekken, is de vroege ochtend de betere keuze.
Valtènesi: wijn en olijfolie zonder toeristenmenu
De westoever tussen Salò en Desenzano, bekend als de Valtènesi, krijgt veel minder bezoekers dan de dorpen rond Malcesine en Sirmione, terwijl het er om de wijngaarden en olijfbomen draait. De streek staat bekend om zijn Chiaretto, een rosé van de Groppello-druif die luchtiger is dan de meeste Franse of Spaanse varianten en uitstekend past bij een avond op het terras met zicht op het meer. In San Felice del Benaco proef je bij een kleine wijncoöperatie vier wijnen met wat lokale kaas en olijfolie voor ongeveer 15 euro per persoon, ruim onder wat je in de drukkere plaatsen aan de oostkant betaalt. Beter is het om vooraf te bellen of te mailen, want de meeste wijnhuizen zijn familiebedrijven zonder vaste openingstijden voor bezoekers. Wie geïnteresseerd is in olijfolie kan bovendien bij dezelfde adressen vaak proeven van de Garda DOP, een van de noordelijkste olijfolieregio's van Europa. De smaak is milder en groener dan wat je van Zuid-Italiaanse olijfolie gewend bent, met een nootachtige afdronk die goed samengaat met de lokale kaas.
Sirmione zonder de rijen — bijna
Dit is het enige knelpunt van de hele reis.
Sirmione blijft ook in september het drukste punt van het meer, simpelweg omdat het schiereiland zo smal is dat elke bezoeker over dezelfde straat moet. De ruïne van de Romeinse villa aan de punt van het schiereiland, bekend als de Grotte di Catullo, en de thermale baden van Aquaria trekken het hele jaar door bezoekers, inclusief de dagtochten per touringcar die pas na half oktober echt afnemen. Vermijd daarom het middaguur tussen elf en drie, ook nu de meeste campings al leger zijn, want juist dan komen de bussen uit Verona en Brescia aan. Kom je vóór negen uur 's ochtends of na vier uur 's middags, dan loop je over de kasteelbrug zonder in de rij te staan en heb je de smalle straatjes met hun gelaterie's grotendeels voor jezelf.
Praktisch: hoe je er vanuit Nederland komt
Met de auto reken je vanuit het midden van Nederland op ruim duizend kilometer via Antwerpen, Keulen en de Brennerpas, goed voor zo'n tien tot elf uur rijden exclusief pauzes. Onderweg heb je een Oostenrijkse vignet nodig, de tiendagenversie kost 9,90 euro, plus de aparte Brennertol. Wie liever vliegt, heeft twee redelijke opties:
- Transavia vliegt rechtstreeks vanaf Eindhoven op Verona, op ruim een uur rijden van de meeste dorpen aan de oostoever.
- Ryanair verbindt Eindhoven met Bergamo Orio al Serio, waarna je nog anderhalf uur moet overbruggen naar het meer, met de trein via Brescia of met een huurauto — voor wie toch al een auto nodig heeft ter plekke, is dat zelden een dealbreaker.
- De trein kan ook, via München en Verona, maar met de huidige verbindingen kom je met overstappen al gauw op twaalf tot veertien uur reistijd, praktisch alleen te overwegen als je onderweg toch al iets anders wilt bezoeken.
Een huurauto ter plekke is voor de bergdorpen bijna onmisbaar: de bus tussen Malcesine, Tremosine en Limone rijdt wel, maar met wachttijden die in september kunnen oplopen tot drie kwartier tussen ritten. Niet nodig is een huurauto wanneer je alleen aan de zuidkant tussen Sirmione, Desenzano en Peschiera blijft, want daar rijden de lokale lijnbussen frequent genoeg en ligt alles op fietsafstand van elkaar.
Wie half september aankomt, vindt een meer dat nog volledig open is — de restaurants, de veerboten, de kabelbaan — maar zonder de rijen die in augustus bij elke ingang staan. Boek de camping voor de eerste twee weken van de maand en laat de rest van het seizoen aan wie nog moet wachten tot de scholen weer beginnen.