Georgië

Georgië in september: khinkali, qvevri-wijn en de druivenoogst in Kachetië

In september draait heel Kachetië om de druivenoogst. Wij reisden naar het land waar wijn is uitgevonden, aten khinkali tot we niet meer konden en dronken qvevri-wijn met boeren die al zeven generaties wijn maken.

Georgië in september: khinkali, qvevri-wijn en de druivenoogst in Kachetië

De handen van Nino zijn tot aan de pols paars. Ze staat tot haar knieën in een houten kuip vol druiven, in de tuin achter haar huis in het dorp Vachnadziani, en ze trapt al twintig minuten in hetzelfde ritme. Om haar heen staan buren, neven en twee toevallige toeristen uit Nederland met een glas Saperavi in de hand, want zo werkt rtveli: de druivenoogst in Georgië is geen landbouwklus die je alleen doet, het is een feest waar je min of meer verplicht bij aanschuift zodra je binnen wandelt. Iemand duwt je een stuk khachapuri in de hand voordat je erom hebt gevraagd, een oom met een verweerd gezicht schenkt alvast bij, en niemand vraagt of je Georgisch spreekt — er wordt toch vooral gelachen en gewezen. Half september tot begin oktober is in Kachetië de drukste en mooiste periode van het jaar, en het is precies het seizoen waarin de meeste Nederlandse reizigers nog nooit van het land hebben gehoord. Terwijl in de Provence de laatste lavendel al is geoogst en in de Elzas de druivenplukkers net beginnen, ligt hier in de Alazani-vallei het hoogtepunt van het seizoen middenin september. Wie dat weet en de reis nu boekt, mist geen weken van wachten op het juiste moment.

Waarom nu naar Georgië

Georgië claimt al langer de titel bakermat van de wijn, en archeologisch bewijs uit Kachetië ondersteunt dat: aardewerken wijnkruiken van rond 6000 voor Christus zijn er opgegraven. De manier van wijnmaken van toen bestaat nog steeds. Grote aarden kruiken, qvevri genoemd, worden tot aan de hals in de grond ingegraven en daarin gaan druiven, schil, pitten en steeltjes samen zes maanden tot vergisten. Sinds 2013 staat deze qvevri-methode op de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed, en in september kun je het proces van begin tot eind volgen: de oogst zelf, het stampen, het vullen van de kruiken.

Buiten Kachetië is september ook gewoon prettig reisweer: overdag 24 tot 28 graden in Tbilisi, koeler en frisser in de bergen rond Kazbegi, en de zomerdrukte van juli en augustus is voorbij. Vluchten en kamers zijn dan ook nog betaalbaar, terwijl de druiven letterlijk aan de wijnstok hangen te wachten op iemand die ze komt oogsten.

Kachetië: het hart van de wijnoogst

Kachetië ligt zo'n twee uur rijden ten oosten van Tbilisi en is het gebied waar het merendeel van de Georgische wijn vandaan komt, verdeeld over de vallei van de rivier de Alazani. Het vestingstadje Sighnaghi is de logische uitvalsbasis: smalle straatjes, een stadsmuur uit de achttiende eeuw en uitzicht over de hele vallei tot aan de Kaukasus. Wie een dag wil proeven zonder zelf een auto te huren, boekt bij Pheasant's Tears, een van de bekendste natuurwijn-producenten van het land, waar de eigenaren Amerikaanse en Georgische wortels combineren in een wijnstijl die inmiddels ook in Amsterdamse natuurwijnbars op de kaart staat.

Iets noordelijker, rond Telavi, draait alles om grotere namen zoals Schuchmann Wines, met een moderne proeverij en een landgoed waar je ook kunt overnachten. Kies voor een kleinere marani, een familiewijnkelder, boven een grote toeristenstop — je proeft er niet netjes zes wijnen achter elkaar, je krijgt een tafel vol khachapuri, walnotensaus en gegrild vlees erbij, en de gastheer schenkt zolang jij blijft zitten. Reken op 25 tot 40 euro per persoon voor zo'n lunch met onbeperkt wijn, inclusief een rondleiding langs de qvevri in de kelder.

Een middag rtveli meemaken kost bij de meeste gastfamilies niets extra bovenop een overnachting, zolang je maar mee helpt met plukken of stampen. Dat is meteen de charme en het lastige eraan: het is geen georganiseerde attractie met tijdschema, het gebeurt wanneer de druiven er klaar voor zijn, en dat verschilt per wijngaard en per week. Vraag daarom bij aankomst in Sighnaghi of Telavi gewoon rond bij een guesthouse of wijnkelder — de kans dat er ergens in de buurt op dat moment wordt geoogst, is in de tweede helft van september groot.

Tbilisi voor en na Kachetië

De hoofdstad verdient minstens twee dagen, het liefst aan het begin en einde van de reis. De oude stad kronkelt langs de rivier de Mtkvari, met houten balkons die op instorten lijken te staan maar dat al honderd jaar niet doen, en boven de daken torent de vesting Narikala, bereikbaar met een kabelbaan van twee euro vanaf het Rikeplein. Onder de vesting liggen de zwavelbaden van Abanotubani, waar je voor 15 tot 25 euro een privékamer met bad huurt en er, als je durft, een stevige scrubbeurt bij laat doen door iemand die geen Engels spreekt maar precies weet wat hij doet.

Eten in Tbilisi is waarschijnlijk het beste argument om er te blijven hangen. Khinkali, de gestoomde dumplings gevuld met gekruid vlees of kaas, kosten ongeveer 0,60 tot 1 euro per stuk en je bestelt ze per tien; khachapuri, het brood met gesmolten kaas en soms een rauw ei erin, is een maaltijd op zich voor 4 tot 8 euro. Een avondje uit eten met wijn erbij, in een gewone buurttent zonder toeristenmenu, komt zelden boven de 15 euro per persoon uit. Bestel de khinkali nooit met mes en vork — je pakt ze op aan het gedraaide steeltje bovenop, neemt een hap uit de zijkant en zuigt eerst het hete bouillon eruit, anders spat het over je overhemd. Dat steeltje eet je overigens niet op; het is de enige beleefde manier om te tellen hoeveel je iemand hebt zien wegwerken. Wie liever in stijl overnacht, boekt het Stamba Hotel, een voormalige Sovjetdrukkerij die is omgebouwd tot boetiekhotel met een broeikas als ontbijtzaal — niet goedkoop naar Georgische maatstaven, maar met zo'n 90 tot 130 euro per nacht nog altijd een fractie van wat je in Amsterdam voor hetzelfde niveau betaalt. Een eenvoudiger guesthouse in de oude stad, met ontbijt en airconditioning, vind je vanaf 35 euro per nacht, en dat is voor een stad van bijna anderhalf miljoen inwoners een prijs die in West-Europa allang niet meer bestaat.

Wie tijd overhoudt, rijdt vanuit Tbilisi drie uur naar het noorden, richting Kazbegi (officieel Stepantsminda), waar de Drievuldigheidskerk van Gergeti op een heuvel boven het dorp staat met de besneeuwde top van de Kazbek op de achtergrond. Dat uitzicht staat op elke Georgië-foto die je ooit hebt voorbijzien scrollen, en het is minder vermoeiend te bereiken dan het lijkt: een marsroetka, een gedeelde minibus, vertrekt vanaf het Didube-busstation in Tbilisi voor zo'n 10 euro per persoon.

De praktijk: visum, geld, taal

Nederlanders hebben geen visum nodig. Georgië laat EU-burgers tot een jaar visumvrij binnen, wat opvallend soepel is voor een land dat grenst aan Rusland, Turkije, Armenië en Azerbeidzjan. Een rechtstreekse vlucht vanuit Nederland bestaat niet: Wizz Air en Turkish Airlines vliegen met een overstap in Warschau, Boekarest of Istanboel, en reken all-in op 300 tot 450 euro retour als je een paar weken vooruit boekt.

De munt is de Georgische lari (GEL), met ongeveer 2,95 lari voor 1 euro. Pinnen kan vrijwel overal in Tbilisi en de grotere plaatsen in Kachetië, maar neem in de dorpen wat contant geld mee — een kleine marani heeft zelden een pinapparaat staan. Engels wordt gesproken in hotels en restaurants in de toeristische gebieden, maar zodra je een dorp in loopt, red je het verder met handen en voeten en een glimlach. Dat is onderdeel van de reis, niet een obstakel: juist in die dorpen krijg je de uitnodiging voor een glas wijn die je in Tbilisi nooit zou krijgen.

Wat je beter kunt laten

Niet elke wijngaard in Kachetië verdient je tijd.

Een paar van de grotere producenten langs de hoofdweg richting Telavi hebben hun proeverijen ingericht op busladingen dagjesmensen uit Tbilisi, met een strak schema van vier wijnen in twintig minuten en een winkel vol souvenirs bij de uitgang. Vermijd die en kies bewust voor een guesthouse of een kleine marani die je via een lokale contactpersoon of een aanbeveling ter plekke vindt — de prijs verschilt nauwelijks, de ervaring wel.

Een laatste kanttekening

Rtveli is prachtig, maar het is geen gegarandeerde ervaring die je van tevoren kunt boeken zoals een excursie. De exacte oogstweek hangt af van suikergehalte, weer en het type druif — Rkatsiteli wordt doorgaans eerder geplukt dan Saperavi — en een wijnboer test dat pas de dag zelf. Reis je begin september, dan is de kans groter dat je alleen de voorbereidingen ziet; kom je pas half oktober, dan is in de laagvlakte alles al binnen en moet je verder de bergen in voor late oogsten. Wie zeker wil zijn van de drukte, mikt op de derde week van september en blijft minstens vier nachten in de regio, zodat er ruimte is om een dag simpelweg te wachten tot een buurman langsloopt met het nieuws dat het bij hem vandaag gebeurt.

Boek geen strak schema voor Kachetië. De beste dag van de hele reis is meestal degene die niet op de planning stond — het glas wijn dat een onbekende wijnboer je in de hand duwt omdat je toevallig langsliep terwijl hij aan het persen was.