Eind augustus staat Cala Gonone nog vol, maar zodra de eerste week van september aanbreekt, verandert er iets aan het ritme van de oostkust van Sardinië. Het water blijft nog wekenlang warm genoeg om zonder aarzelen in te springen, terwijl de wegen naar de mooiste kalen, de tafels op de terrassen en de parkeerplaatsen bij de wandelpaden ineens weer ademruimte hebben. De meeste Italiaanse en Duitse gezinnen zijn dan alweer terug op school en op kantoor, en dat verschuift het hele eiland naar een ander tempo. September is precies het moment waarop je van dat rustigere Sardinië profiteert, zonder dat je concessies doet aan het weer, aan de temperatuur van de zee of aan wat er open is — vóór half oktober begint de kust namelijk pas echt leeg te lopen, en dan sluiten ook de laatste terrassen. De zeewatertemperatuur zakt in september maar langzaam onder de 24 graden, en overdag haalt de lucht nog geregeld 27 tot 29 graden — vaak zonder de drukkende vochtigheid die half augustus zo zwaar kan maken. Wie eerder al eens in juli of augustus op het eiland stond en toen amper een parkeerplek vond bij een van de bekendere kalen, merkt het verschil al op de eerste dag.
Waarom september het beste moment is
Vergelijk het gerust met Sicilië of Puglia in dezelfde periode: ook daar wordt het rustiger na de piek, maar Sardinië gaat een stap verder omdat het eiland relatief weinig grote steden heeft en toerisme zich vooral concentreert langs een handvol kustzones. Zodra die zones leeglopen, blijft er weinig alternatieve drukte over om de rust te verstoren. Vluchten naar Olbia — de luchthaven die het dichtst bij de oostkust ligt — worden na half september geleidelijk schaarser, dus wie in de eerste twee weken van de maand boekt, heeft nog de ruimste keuze aan directe verbindingen vanuit Eindhoven en Brussel-Charleroi. Transavia en easyJet vliegen in september nog met vrijwel dezelfde frequentie als in augustus, maar de prijzen liggen doorgaans dertig tot veertig procent lager, simpelweg omdat de vraag instort zodra de Nederlandse en Belgische scholen weer beginnen. Vermijd wel het laatste weekend van september voor een bezoek aan de oostkust: veel restaurants en boottochtaanbieders in Cala Gonone draaien dan al op een winterschema, met minder afvaarten en eerder gesloten keukens. De eerste twee, drie weken van de maand blijven daarentegen het beste compromis tussen rust en volledige openstelling.
De wilde oostkust: Ogliastra en de Golfo di Orosei
De oostkust van Sardinië heeft geen brede boulevards en geen rij hotels langs het water — de kalksteenkliffen van het Supramonte-massief vallen hier bijna loodrecht in zee, en de weinige stranden die er liggen, zijn vaak alleen bereikbaar per boot of via een stevige wandeling. Cala Gonone is de logische uitvalsbasis: een vissersdorp dat in de zomer overloopt maar in september weer een dorp wordt, met een haven vanwaar bootjes vertrekken naar Cala Luna, Cala Sisine en — verder naar het zuiden — de beroemde Cala Goloritzé.
Cala Gonone als uitvalsbasis
Een dagretour per boot naar Cala Luna en Cala Sisine kost in september doorgaans tussen de 25 en 35 euro per persoon, en in tegenstelling tot in augustus hoef je niet om acht uur 's ochtends in de rij te staan voor een ticket. Neem liever een boot die vroeg vertrekt en pas na twaalf uur bij Cala Luna aankomt — de ochtendboten uit Cala Gonone zelf zijn drukker, terwijl de kalen 's middags al weer rustiger worden zodra de dagjesmensen vertrekken. Wie liever zelf vaart, kan bij een van de verhuurders aan de haven een rubberboot huren zonder vaarbewijs, tot een bepaalde pk-grens — vraag er wel expliciet naar, want niet elke standhouder biedt dat aan. Geïnteresseerden in duiken vinden bij dezelfde haven ook een paar kleine duikscholen die tochten naar de onderwatergrotten van de golf aanbieden, iets wat in augustus vaak weken van tevoren volgeboekt zit.
Wandelen naar Cala Goloritzé
De mooiste manier om Cala Goloritzé te bereiken is niet per boot maar te voet, via het Golgo-plateau. De wandeling start bij het gehucht Golgo, daalt via een oude herderspad zo'n 250 meter af door een kloof, en eindigt bij een baai met kristalhelder water en een rotspunt van veertig meter die bij klimmers bekend staat als Punta Caroddi. Reken op twee tot drie uur voor de afdaling en minstens even lang terug omhoog, met weinig schaduw onderweg — begin dus vroeg en neem meer water mee dan je denkt nodig te hebben.
De toegang tot het gebied is niet gratis. Het Golgo-plateau valt onder een beschermd natuurgebied dat wordt beheerd door de Cooperativa Goloritzé, en bij de ingang betaal je een kleine bijdrage van enkele euro's per persoon voor onderhoud van de paden. Dat voelt eerst wat vreemd aan voor een wandelpad in de open lucht, maar het is dezelfde coöperatie die de kudden schapen en de oude stazzi — traditionele herdershutten van steen — in het gebied onderhoudt, en zonder die bijdrage zou het pad er waarschijnlijk minder goed bij liggen.
De Barbagia: bergdorpen in het binnenland
Een kwartier landinwaarts vanaf de kust verandert Sardinië compleet.
De Barbagia is het bergachtige binnenland rond het Gennargentu-massief, met dorpen die eeuwenlang nauwelijks contact hadden met de kust en die een eigen dialect, eigen tradities en een keuken ontwikkelden die weinig met de rest van het eiland te maken heeft. In september is dit gebied al enkele graden koeler dan de kust, zeker 's avonds — neem een dun jack mee als je hier gaat eten, ook al vertrek je in een T-shirt vanaf het strand.
Orgosolo en de muurschilderingen
Orgosolo staat bekend om zijn murales: sinds 1975 zijn er meer dan tweehonderd politiek geladen muurschilderingen op de gevels van het dorp geschilderd, van protesten tegen NAVO-bases tot eerbetonen aan lokale herders. Het dorp had ooit een reputatie als een van de gevaarlijkste van Sardinië, met een geschiedenis van vendetta's en veeroof — die reputatie is inmiddels grotendeels verleden tijd, maar de murales houden het verhaal wel levend, en dat maakt een wandeling door de straten intenser dan een doorsnee dorpsbezoek.
Eten in de Barbagia
De keuken van de Barbagia draait om vlees en pasta, niet om vis — een verrassing voor wie net van de kust komt. Bestel culurgiones, kleine gevulde pastakussentjes met aardappel, pecorino en munt, gevolgd door porceddu, langzaam gegrilde speenvarken op mirtetakken — één bord is bij de meeste eettentjes al genoeg voor een volledige maaltijd. Daarbij hoort een glas Cannonau, de robuuste rode wijn van het eiland die in sommige dorpen nog steeds bij de lokale coöperatie wordt gekocht in plastic flessen, rechtstreeks uit het vat. Niet elegant, wel eerlijk — en vaak beter dan de fles van twintig euro in een toeristenrestaurant aan de kust. Zelfs de kleinste dorpscafés hebben er meestal wel een fles staan.
Praktisch: vliegen, huren en prijzen na het hoogseizoen
Een huurauto is geen luxe maar een noodzaak. Het openbaar vervoer in de Barbagia bestaat uit een paar bussen per dag, en zonder eigen vervoer bereik je Cala Goloritzé of Orgosolo simpelweg niet binnen een redelijke tijd. Reken in september op zo'n 35 tot 55 euro per dag voor een compacte auto bij lokale verhuurders in Olbia, tegen 60 tot 90 euro in augustus — het verschil is groot genoeg om serieus vroeg te boeken, want de goedkopere auto's zijn als eerste weg.
- Vlieg naar Olbia voor de oostkust, of naar Cagliari als je de zuidkust en de Barbagia vanuit het zuiden wilt combineren.
- Boottochten vanaf Cala Gonone draaien tot ongeveer 20 september op zomerschema, daarna sterk gereduceerd — check dus vooraf, niet ter plekke.
- Reserveer een kamer of agriturismo in de Barbagia minstens enkele dagen vooraf; het aanbod is er klein en verkoopt snel uit rond lokale feesten.
- Neem contant geld mee voor kleinere dorpsrestaurants en de toegangsbijdrage bij Golgo — pinnen is er niet overal vanzelfsprekend.
- Wissel vóór alles minstens twee, drie dagen af tussen kust en binnenland; wie alles in één dagtocht wil proppen, mist de rust die juist de reden is om in september te gaan.
Wat blijft hangen na een week tussen de Golfo di Orosei en de Barbagia, is het contrast: dezelfde ochtend nog zwemmen in helder water bij een verlaten kaap, en diezelfde avond aan een houten tafel in een bergdorp op negenhonderd meter hoogte zitten, met een glas Cannonau en het geluid van schapenbellen in de verte. Weinig bestemmingen in de Middellandse Zee bieden dat verschil binnen één uur rijden van elkaar, en in september heb je de ruimte om het rustig te ontdekken, in plaats van het te moeten delen met de rest van augustus.