Onder de kastanjebomen boven Feldthurns ligt het pad bezaaid met opengesprongen, stekelige schillen, en tussen de stammen door steken de toppen van de Villnösser Geisler boven de heuvelrug uit. Je loopt al een uur, je schoenen zijn nat van het blad, en ergens vlak voor je ruikt het naar houtvuur en naar iets zoets dat je pas na een paar tellen thuisbrengt: geroosterde kastanjes. Dat is het teken dat de boerenstube dichtbij is. Zo verloopt een dag Törggelen in Zuid-Tirol, van begin oktober tot eind november: eerst lopen, dan eten, en tussendoor de jonge wijn van de oogst van dit jaar drinken. Voor de Zuid-Tirolers is het bijna een eigen jaargetijde, ingeklemd tussen de druivenoogst en de advent. Het seizoen opent officieel op de eerste zaterdag van oktober, en in 2026 is dat 3 oktober, wanneer de hoeven van het initiatief Törggelen am Ursprung vanaf 18.00 uur het Keschtnfeuer ontsteken.
Waar het woord vandaan komt
Törggelen komt van de Torggl, de houten wijnpers die in de kelders van Zuid-Tiroolse boeren stond, en volgens Südtirol Marketing gaat dat woord terug op het Latijnse torquere, draaien. Na het persen nodigde de boer zijn oogsthulpen uit voor een stevige maaltijd als dank, en op dat gebaar rust het hele gebruik nog steeds. Waar het precies begon, is niet eenduidig vastgelegd: het toeristenbureau van Brixen noemt het Eisacktal, de vallei rond Brixen en Klausen, als bakermat, terwijl andere bronnen ook op andere wijnstreken wijzen. Ook over het ontstaan zelf bestaan twee verhalen. In het ene kwamen wijnhandelaars en herbergiers uit Noord-Tirol en Zuid-Duitsland naar het zuiden om de nieuwe wijn te proeven, in het andere ruilden wijnboeren uit het dal en veeboeren hoger op de berg hun waar, waarbij er werd geslacht zodra de nieuwe wijn er was. Het einde van het seizoen ligt gelukkig wel vast, want een oud gezegde luidt Kathrein stellt den Tanz ein: op Catharinadag, 25 november, is het feest voorbij en begint de adventstijd.
Wat er op tafel komt
Törggelen is geen gerecht maar een reeks gangen, en welke dat zijn bepaalt elke hof zelf. Het officiële toerismeportaal van Zuid-Tirol beschrijft het klassieke patroon: je begint met gerstesoep, Kasnocken (kleine kaasknoedels) of Schlutzkrapfen, halvemaanvormige deegtasjes van roggen- en tarwemeel die meestal met spinazie en kwark zijn gevuld en met gebruinde boter, Parmezaan en bieslook op tafel komen. Daarna volgt de zware gang met Surfleisch (in pekel gelegd vlees), Rippelen (ribbetjes), huisgemaakte worst, knödel en zuurkool. De maaltijd eindigt met Krapfen, zoete gevulde deegtasjes, bijvoorbeeld met maanzaad of pruim, en met vers geroosterde kastanjes, en op veel plekken komt daar nog een zelfgestookte borrel achteraan. Daarbij drink je Nuier, de jonge wijn van dit jaar, of Süßer (ook geschreven als Siaßer of Suser), druivenmost die net begint te gisten. Ga er niet vanuit dat die most alcoholvrij is: hoeveel alcohol erin zit, hangt af van hoever de gisting is, dus vraag het als je daarna nog moet rijden of kinderen aan tafel hebt.
En wat als je geen vlees eet? Dat is te regelen, maar niet vanzelfsprekend: het toeristenbureau van Brixen schrijft dat vegetarische varianten mogelijk zijn zonder dat ze in elk traditioneel menu zitten, en sommige huizen publiceren een apart vegetarisch Törggelemenu met onder meer gerstesoep, Schlutzkrapfen en gevulde spinazieknödel. Zeg het daarom bij het reserveren, samen met allergieën en het aantal kinderen. Vermijd ook de vraag naar “een Törggelen”: het is een gebruik, geen bestelling, en de hof vertelt je wat er die dag gekookt wordt.
Buschenschank, Hofschank en het rode lint
De twee soorten adressen lijken op elkaar, maar ze verschillen in wat ze mogen serveren. Een Buschenschank ligt in het wijngebied en is gekoppeld aan de eigen wijn, zodat de uitbater wijnboer, kelderman en waard ineen is. Een Hofschank is volgens het keurmerk Roter Hahn altijd een bergboerderij boven de wijnzone, waar melk en vlees van het eigen erf centraal staan en de wijn uit de rest van Zuid-Tirol komt. Het woord Buschen verwijst naar de bos takken die aan het begin van het seizoen boven de deur hangt. Zie je zo’n bos met een rood lint, dan hoort de hof bij Törggelen am Ursprung: die huizen schenken alleen wijn uit eigen teelt, gebruiken Zuid-Tiroolse kastanjes en koken volgens familierecept. In 2026 doen tien hoeven mee aan de officiële seizoensopening van 3 oktober, een daarvan in Völs am Schlern.
Wil je de wijn van de boer zelf proeven, kies dan een Buschenschank. Zoek je vooral vlees van de eigen stal, dan is een Hofschank de betere keuze. En wil je het gebruik zoals het bedoeld is, loop dan op het rode lint af.
Eerst lopen, dan eten: de Keschtnweg
Het gebruik hoort bij beweging, en bij het Ritten-toeristenbureau staat dat je “gaat Törggelen” en niet rechtstreeks naar de stube rijdt. De bekendste route is de Eisacktaler Keschtnweg, de kastanjeroute, die op de hellingen boven het dal door kastanjehaarden, weiden en dorpjes loopt. Over de lengte lopen de bronnen uiteen. Südtirol Marketing en het toeristenbureau van Brixen spreken van ongeveer 90 kilometer tussen Kloster Neustift bij Brixen en Schloss Runkelstein bij Bozen, een andere wandelgids komt op zo’n 60 kilometer in zes etappes, en het verschil zit in begin- en eindpunt en in de varianten. Voor een Törggeledag heb je de hele route niet nodig. Een stuk van twee uur is genoeg, zolang je de terugweg meeneemt in je planning.
De etappe van Feldthurns naar Klausen is er zo een. Je start in Feldthurns op 851 meter, passeert de Buschenschank Radoar Hof, loopt door een kastanjehaard naar de hoeve Moar zur Viersch met een kapelletje voor de heilige Catharina in de wei en krijgt daar zicht op de Villnösser Geisler, van de Furchetta tot de Sass Rigais. In het gehucht Pardell wacht Gasthaus Huber. Daarna volgt een korte, steile klim naar de kloosterburcht Säben, die door Benedictinessen wordt bewoond en normaal gesproken niet open is voor bezoekers, en via een stenen trap daal je af naar Klausen op 523 meter. Wie liever vanuit Bozen begint, neemt de kabelbaan naar Oberbozen op de Ritten en loopt over de Keschtnweg via Unterinn en Siffian naar Klobenstein. In Siffian ligt het Biohof Rielinger, een van de hoeven van Törggelen am Ursprung, en vanuit Klobenstein rijdt de Rittner Bahn je terug naar Oberbozen: volgens het toeristenbureau van de Ritten overdag om het halfuur, ’s avonds ieder uur, met de laatste trein om 22.20 uur. Controleer de dienstregeling wel vooraf.
| Route | Afstand en tijd | Hoogteverschil | Onderweg eten |
|---|---|---|---|
| Feldthurns – Klausen | 5,8 km, ca. 2 uur | 95 m omhoog, 428 m omlaag | Radoar Hof, Moar zur Viersch, Gasthaus Huber |
| Oberbozen – Klobenstein (Ritten) | 4 tot 5 uur | 779 m omhoog, 830 m omlaag | onder meer Biohof Rielinger in Siffian, Partschonerhof, Gasthof Fleier |
Wat er in oktober 2026 te doen is
Na het Keschtnfeuer van 3 oktober verschuift het zwaartepunt naar de kastanje zelf. De Eisacktaler Kastanienwochen lopen van half oktober tot begin november, met wandelingen, tentoonstellingen en feesten bij de deelnemende bedrijven. In het Meraner Land loopt van 15 oktober tot en met 8 november 2026 het festival Keschtnriggl, met het Keschtnfest in Völlan als hoogtepunt: muziek, boerenmarkt, oud ambacht en gerechten rond de kastanje. De naam verwijst naar een schudmand van kastanjehout, die in Zuid-Tirol al eeuwen wordt gebruikt om gebraden kastanjes in te pellen.
Voor Nederlandse gezinnen valt dat gunstig. Regio Noord heeft herfstvakantie van 10 tot en met 18 oktober, regio Midden en Zuid van 17 tot en met 25 oktober, al mag een school daarvan afwijken. De tweede week valt volledig binnen de Kastanienwochen en het festival. Reserveer wel ruim van tevoren, zeker voor zaterdag en zondag: veel Törggelestuben hebben weinig plaatsen, vaste menu’s en eigen rustdagen.
Praktisch: erheen, rondkomen, betalen
- Trein. De ÖBB Nightjet rijdt dagelijks vanuit Amsterdam via Innsbruck, waar je ’s ochtends overstapt op een trein naar Zuid-Tirol; overdag reis je via München, vanwaar vijf rechtstreekse Railjets per dag in minder dan vier uur naar Bolzano rijden. Controleer de actuele dienstregeling, want bouwwerkzaamheden kunnen verbindingen wijzigen.
- Ter plaatse. Veel accommodaties geven de Südtirol Guest Pass mee, waarmee je gratis gebruikmaakt van de vier treinlijnen tussen de Brennerpas en Trento, ongeveer 200 buslijnen, de kabelbanen naar de Ritten en de Rittner Bahn.
- Geld. Geen entree, je betaalt wat je eet en drinkt.
Wat een avond kost, bepaalt elke hof zelf. In 2025 publiceerde de Fischer Keller in Kaltern een menuprijs van 23,50 euro, vroeg Gasthof Wöhrmaurer in Feldthurns 36 euro per persoon en rekende een hotel voor zijn vegetarische Törggelemenu 38,50 euro. Reken voor 2026 daarom grofweg op 25 tot 40 euro per persoon, en vraag bij het reserveren wat er in de prijs zit.
Rijd niet zelf naar de stube als je wijn drinkt. In Italië geldt een grens van 0,5 promille, en voor beginnende bestuurders in hun eerste drie jaar 0,0. Met de Guest Pass of een taxi vanuit je dorp los je dat op, en wie loopt, begint beter vroeg. Pak een hoofdlamp in: na de overgang naar wintertijd op 25 oktober gaat de zon in Zuid-Tirol ongeveer om vijf uur onder, en een steil pad vol nat kastanjeblad ziet er na twee glazen Nuier anders uit dan om drie uur ’s middags.