Roemenië

Transsylvanië in september: middeleeuwse stadjes en de laatste zachte dagen in de Karpaten

Sighișoara, Brașov en de versterkte Saksische dorpen zonder de zomerdrukte, plus wandelroutes in de Zuidelijke Karpaten nu de temperaturen net omslaan.

Transsylvanië in september: middeleeuwse stadjes en de laatste zachte dagen in de Karpaten

Om zeven uur 's avonds is het plein bij de Schneiderturm in Sighișoara bijna leeg. Een paar honderd meter verderop sluit een souvenirwinkel de luiken, een kat rekt zich uit op een trap van gekleurde stenen huizen, en de klokkentoren werpt een lange schaduw over de kasseien. In juli sta je hier tussen de dagjesmensen die net uit een touringcar zijn gestapt. Eind september heb je het middeleeuwse centrum grotendeels voor jezelf, en dat is precies waarom dit de maand is om Transsylvanië te ontdekken.

Waarom september de beste maand is voor deze streek

De zomerhitte in het Roemeense binnenland kan in juli en augustus oplopen tot ruim 30 graden, met plakkerige avonden in steden als Brașov en Sighișoara. Vanaf half september daalt de temperatuur naar aangename 18 tot 23 graden overdag, met koelere, heldere nachten die perfect zijn voor wie in de Karpaten wil wandelen. De grote touroperators plannen hun Dracula-arrangementen vooral tussen juni en augustus, dus de drukte bij Bran Castle en in het centrum van Brașov valt na begin september merkbaar terug. Bovendien kleurt het beukenbos in de Zuidelijke Karpaten tegen eind september al lichtjes goud, weken voordat de drukke herfstvakantie in West-Europa begint.

Sighișoara: de gekleurde huizen zonder de dagtoeristen

Sighișoara is de enige nog bewoonde middeleeuwse citadel van Europa, en dat voel je zodra je door de Poort van de Kleermakers naar binnen loopt. Het historische centrum staat op de UNESCO-lijst en bestaat uit smalle straten met okergele, terracotta en pastelblauwe huizen, negen overgebleven verdedigingstorens en een houten overdekte trap van 175 treden naar de heuveltop. Het geboortehuis van Vlad Țepeș, de historische inspiratie voor Dracula, staat gewoon aan het hoofdplein en doet tegenwoordig dienst als restaurant met een klein museumhoekje — de entree kost ongeveer 5 euro. Klim de klokkentoren op voor 6 tot 7 euro: het uitzicht over de rode daken en de vallei van de Târnava Mare is het beste van de hele stad. Binnen in de toren zit een klein historisch museum met middeleeuwse gereedschappen en een schaalmodel van de citadel, meegenomen in het toegangsprijsje. Onder de trap richting de heuveltop passeer je de Kerk op de Heuvel, een gotisch gebouw uit de vijftiende eeuw waar de begraafplaats van de oude Saksische families nog grotendeels intact is. Wie 's ochtends vroeg komt, hoort er vaak niets anders dan kerkklokken en het geklepper van houten luiken die opengaan voor de dag.

Vermijd de geplaveide hoofdstraat rond het middaguur in het weekend, want dan komen groepen uit Brașov met de bus aan voor een dagtripje. Kom in plaats daarvan vroeg in de ochtend of blijf een nacht, dan heb je de citadel bij zonsondergang praktisch voor jezelf. Overnachten in een van de pensions binnen de muren kost 45 tot 70 euro voor een dubbele kamer, ontbijt inbegrepen — en dat is opvallend betaalbaar voor een locatie die in elke reisgids als hoogtepunt staat.

Brașov en Bran: kastelen zonder de rijen

Een uur en drie kwartier verderop met de trein ligt Brașov, de grootste stad van Transsylvanië en verreweg de meest toeristische. Het Piața Sfatului, het oude marktplein, wordt omringd door gekleurde barokke gevels en ligt aan de voet van de Tâmpa-berg, waar een kabelbaan je in zeven minuten naar boven brengt voor ongeveer 7 euro retour. Loop vanaf het plein de Strada Sforii in, een van de smalste straten van Europa — nauwelijks een meter breed op sommige plekken — en volg die naar de Zwarte Kerk, de grootste gotische kerk tussen Wenen en Istanboel.

Bran Castle, op twintig minuten rijden van Brașov, is de reden waarom veel bezoekers deze regio überhaupt op hun lijstje hebben staan. De historische band tussen het kasteel en Vlad Țepeș is dun — hij heeft er hoogstwaarschijnlijk nooit gewoond — maar de marketing rond "Dracula's kasteel" trekt jaarlijks honderdduizenden bezoekers, vooral tussen juli en augustus. Een kaartje kost ongeveer 15 tot 20 euro, en in september sta je in de ochtenduren nog geen tien minuten in de rij in plaats van drie kwartier. Beter is om voor negen uur 's ochtends te komen, meteen bij opening, want tegen elf uur arriveren de eerste dagtochten vanuit Boekarest.

De versterkte dorpen van de Saksen

Hier wordt het pas echt interessant.

Tussen de twaalfde en zestiende eeuw vestigden Duitstalige kolonisten, bekend als de Transsylvaanse Saksen, zich in tientallen dorpen ten oosten en zuiden van Sighișoara. Ze bouwden versterkte kerken die tegelijk gebedshuis en toevluchtsoord waren bij Ottomaanse invallen, en zeven daarvan staan inmiddels op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Viscri, het bekendste, dankt zijn faam deels aan koning Charles III, die er sinds de jaren negentig meerdere traditionele huizen heeft laten restaureren en nu als gastenverblijf verhuurt via de Mihai Eminescu Trust. Een nacht in zo'n huis kost 60 tot 90 euro, inclusief een ontbijt met huisgemaakte jam en kaas van de lokale boerderijen. Wie geen koninklijk budget heeft, vindt in hetzelfde dorp eenvoudigere pensions vanaf 30 euro per nacht. Het dorp zelf is klein genoeg om in een uur te doorkruisen, met één hoofdstraat, een handvol boerderijwinkeltjes en de versterkte kerk die op elk moment van de dag open is voor bezoekers. Verwacht geen restaurants met menukaarten in vier talen: eten bestel je vaak rechtstreeks bij de gastvrouw van je pension, meestal een eenvoudige maaltijd met lokale groenten, polenta en huisgemaakte kaas.

Biertan, iets zuidelijker, heeft de meest indrukwekkende versterkte kerk van de hele regio, met drie concentrische muurringen en een deur met een negentiende-eeuws sluitmechanisme dat destijds als onneembaar gold. De dorpen zijn onderling 20 tot 40 minuten rijden van elkaar verwijderd over smalle, deels onverharde wegen — een huurauto is hier geen luxe maar noodzaak, want openbaar vervoer komt er nauwelijks. Reken op 25 tot 35 euro per dag voor een compacte auto bij lokale verhuurders in Sibiu of Brașov.

Wandelen in de Zuidelijke Karpaten

Wie voor de bergen komt, kiest tussen twee gebieden die allebei op ongeveer een uur rijden van Brașov liggen. Piatra Craiului is een smalle, elf kilometer lange kalksteenkam met een indrukwekkende steile noordwand, populair bij ervaren wandelaars en beklimmers. De Bucegi, iets toegankelijker via de kabelbaan vanuit Bușteni, herbergt de bekende rotsformaties Sfinxul en Babele op zo'n 2.200 meter hoogte — bereikbaar zonder technische klimervaring. Reken op ongeveer 20 euro voor de kabelbaan heen en terug.

  • Piatra Craiului: voor wie een hele dag wil wandelen en tegen hoogteverschil kan
  • Bucegi via de kabelbaan vanuit Bușteni: toegankelijker, ook met kinderen te doen
  • Een gids inhuren is in september niet strikt noodzakelijk op de gemarkeerde hoofdroutes, al raden lokale berghutten het wel aan bij mist boven de 2.000 meter, en die trekt hier sneller op dan je zou verwachten

De regio herbergt een van de grootste bruine-berenpopulaties van Europa, geschat op enkele duizenden dieren in heel Roemenië. Dat klinkt spannender dan het in de praktijk is: berenwaarnemingen op de gemarkeerde paden zijn zeldzaam, en de dieren mijden mensen actief. Toch is het verstandig om niet alleen en niet in de schemering te wandelen, en etensresten nooit in de open lucht achter te laten bij een bivak.

Praktisch: hoe je de reis het beste indeelt

De meeste bezoekers vliegen naar Boekarest, vanwaar Brașov met de trein op iets meer dan twee uur ligt — een prettiger alternatief dan de drukke snelweg, met tickets vanaf ongeveer 12 euro voor een tweedeklas zitplaats. Vanuit Brașov is een huurauto de praktischte manier om Bran, Sighișoara en de Saksische dorpen in één route te combineren; reken voor een week op zo'n 200 tot 250 euro inclusief verzekering. Niet nodig is een terreinwagen, ondanks wat sommige verhuurbedrijven suggereren — de hoofdwegen tussen de bekende plaatsen zijn prima geasfalteerd, alleen de laatste kilometers naar sommige dorpjes zijn hobbelig.

Een route van zeven tot negen dagen laat genoeg ruimte voor twee nachten in Brașov, twee in Sighișoara, twee in de Saksische dorpen rond Viscri en Biertan, en twee dagen in de bergen. Boek de accommodatie in Viscri wel ruim vooraf: het dorp telt slechts een handvol gastenkamers, en die van de Mihai Eminescu Trust zitten in het hoogseizoen — dat hier eerder augustus dan september is — snel vol. Voor de rest van de route is spontaan reizen in september goed te doen, want de meeste pensions hebben dan gewoon kamers vrij.

Eind september ruikt Transsylvanië naar houtvuur en natte bladeren, niet naar de zonnebrandcrème en de wachtrijen van augustus. Wie een streek wil zien voordat de rest van Europa hem herontdekt, boekt dit najaar de trein naar Brașov.