Kroatië

Istrië in het najaar: truffels, heuveldorpen en een kust zonder drukte

Terwijl de kust leegloopt, begint in de heuvels van Istrië het truffelseizoen. Een najaarsreis langs Motovun, Grožnjan en Rovinj — mét prijzen.

Istrië in het najaar: truffels, heuveldorpen en een kust zonder drukte

Om zes uur 's ochtends hangt er nog mist tussen de heuvels van Motovun, en beneden in het dal, tussen de eikenbossen langs de rivier de Mirna, lopen mannen met hun honden aan de lijn haastig tussen de bomen door. Ze zoeken niet naar iets wat je kunt zien — de witte truffel groeit onder de grond, verstopt tussen de wortels van eik en populier, en wordt alleen gevonden door een hond die getraind is op geur. Wie in september of oktober naar Istrië reist, komt niet voor de kust. Die is er ook, en die is prachtig, maar het echte verhaal van dit schiereiland speelt zich in het najaar af in de heuvels, in dorpjes die 's zomers overspoeld worden door dagjesmensen uit Rovinj en Poreč en die vanaf half september weer van zichzelf zijn. Wat dan overblijft is een landstreek die eerder aan Toscane doet denken dan aan de Adriatische kust — kastelen op heuveltoppen, wijngaarden die net geoogst zijn, en restaurants waar de kaart 's middags nog wordt aangepast aan wat de truffeljager die ochtend heeft gevonden.

Het najaar is het beste moment voor Istrië

Beter is: plan je reis tussen half september en eind oktober. Vermijd juli en augustus, wanneer de temperatuur in het binnenland vaak boven de 30 graden uitkomt en de kustplaatsen vol staan met Duitse en Oostenrijkse campers. In het najaar daalt de temperatuur naar een aangename 18 tot 24 graden overdag, blijft de zee nog warm genoeg om in te zwemmen tot ver in oktober, en begint het truffelseizoen serieus vorm te krijgen. De witte truffel — tartufo bianco, of in het Kroatisch bijeli tartuf — is het duurste product van de regio en wordt vooral tussen eind september en december gevonden, met een piek rond half oktober. Zwarte truffel is er het hele jaar, maar de witte is waar Istrië internationaal om bekendstaat: restaurants in Milaan en Wenen kopen hem hier in, vaak voor honderden euro's per kilo.

Motovun: de truffel als excuus om een dorp te ontdekken

Motovun is duurder dan je verwacht, en dat is precies waarom het de moeite waard is.

Het dorp ligt op een heuvel van 277 meter, omringd door een middeleeuwse stadsmuur, met uitzicht over het dal van de Mirna waar het grootste deel van de Istrische truffels wordt gevonden. Een wandeling langs de stadsmuur kost niets, maar een truffeltocht met gids en hond loopt al snel op tot 60 tot 90 euro per persoon voor twee uur, inclusief een korte proeverij achteraf. Boek dit vooraf via een lokaal bedrijf zoals Zigante Tartufi, dat een eigen restaurant en winkel in het dorp heeft en al decennia een van de grootste truffelhandelaren van Europa is. Wie zelf geen hond en gids wil huren, loopt gewoon de hoofdstraat van Motovun af: elke winkel verkoopt truffelproducten, van olie tot honing, en de prijzen verschillen enorm van winkel tot winkel. Vergelijk voordat je koopt, want hetzelfde potje truffelolie kost in de ene winkel 12 euro en in de andere 22.

Grožnjan en Buzet: de heuvels voorbij het bekende dorp

Grožnjan ligt een half uur rijden ten noordwesten van Motovun en is inmiddels vooral bekend als kunstenaarsdorp. Sinds de jaren zestig hebben schilders, beeldhouwers en musici er leegstaande huizen overgenomen, en 's zomers is het er dan ook drukker dan je zou verwachten van een dorp met nog geen tweehonderd vaste inwoners. In het najaar is dat voorbij: de galerieën blijven open tot in oktober, maar de dagjestoeristen zijn weg, en je hoort weer voetstappen op de kasseien in plaats van rolkoffers. Buzet, verderop, noemt zichzelf de truffelhoofdstad van Istrië en organiseert in september het jaarlijkse Subotina-festival, waarbij de grootste truffel van het seizoen wordt geveild — in 2021 ging een exemplaar van 1,3 kilo voor meer dan 100.000 euro naar een Italiaanse koper, al zijn de meeste jaren minder spectaculair. Neem de tijd voor minstens één avond in een van de agroturizmi in dit gebied, de Istrische boerderijpensions die eigen olijfolie, wijn en truffels serveren; die geven een eerlijker beeld van hoe hier gegeten wordt dan welk restaurant in Rovinj dan ook. Op een kwartier rijden van Buzet ligt bovendien Hum, officieel geregistreerd als de kleinste stad ter wereld: twintig inwoners, twee straten, één poort, en een kerkje met fresco's uit de twaalfde eeuw. Het is geen bezienswaardigheid waar je een halve dag aan kwijt bent, eerder een tussenstop van twintig minuten op weg naar iets anders — maar precies dat maakt het de moeite waard.

De kust zonder de zomerdrukte: Rovinj en Poreč

Rovinj blijft de mooiste kustplaats van Istrië, met zijn pastelkleurige huizen die steil aflopen naar het water en de barokke Sint-Euphemiakerk die vanaf zee al zichtbaar is. In augustus is het er ondraaglijk druk — de smalle straatjes van de oude stad raken verstopt en een terrasje vinden aan de haven kost soms een halfuur wachten. Vanaf eind september verandert dat volledig: de dagtochten vanaf cruiseschepen worden minder, de meeste strandtenten gaan pas half oktober dicht, en je kunt 's ochtends nog zwemmen bij Zlatni Rt, het bosrijke schiereiland net buiten het centrum, zonder een handdoek naast je te hoeven leggen. Poreč is drukker met souvenirwinkels en minder authentiek dan Rovinj — dat moet gezegd worden — maar de Eufrasius-basiliek, een Unesco-werelderfgoedmonument uit de zesde eeuw met mozaïeken die nog origineel zijn, is een goede reden om er toch minstens een middag te stoppen, zeker nu de bussen met dagjesmensen er niet meer voor in de rij staan.

Praktisch: hoe je er komt en wat het kost

De makkelijkste manier om vanuit Nederland in Istrië te komen is vliegen naar Pula, waar Ryanair en Transavia in het najaar nog een beperkt aantal directe vluchten vanaf Amsterdam en Eindhoven aanbieden, meestal voor 60 tot 140 euro retour als je op tijd boekt. Een tweede optie, en eigenlijk de prettigere, is vliegen naar Triëst in Italië en vandaar negentig minuten met een huurauto de grens over. De wegen zijn goed, de grenscontrole stelt vrijwel niets voor sinds Kroatië bij het Schengengebied hoort, en je hebt meteen vervoer om de heuveldorpen te bereiken die met het openbaar vervoer nauwelijks te doen zijn — een huurauto is voor deze route dan ook geen luxe maar een noodzaak. Reken onder andere op de volgende budgetten voor een week:

  • een huurauto vanaf Triëst: 180 tot 250 euro voor zeven dagen, inclusief verzekering
  • een kamer in een agroturizmo of guesthouse in het binnenland: 70 tot 110 euro per nacht voor twee personen, ontbijt inbegrepen
  • een driegangenmenu met truffel in een middenklasserestaurant: 35 tot 55 euro per persoon, exclusief wijn
  • een fles lokale malvazija uit de supermarkt kost 6 tot 12 euro, en is aanzienlijk beter dan wat je er in Nederland voor zou betalen

Eten en drinken: malvazija, teran en olijfolie

Istrische wijn wordt te weinig serieus genomen buiten de regio, en dat is jammer. Malvazija istarska, de witte druif die hier al eeuwen wordt verbouwd, levert een droge, mineralige wijn op die goed samengaat met vis en schaaldieren van de kust. Teran, de rode variant, is stroef en zuur als hij jong is, maar wint enorm aan diepte na een paar jaar op fles — een fles van drie jaar oud smaakt nauwelijks als dezelfde wijn. Olijfolie is het andere exportproduct waar Istriërs terecht trots op zijn: de regio wordt regelmatig door de Flos Olei-gids tot een van de beste olijfolieregio's ter wereld gerekend, boven bekendere gebieden in Toscane en Andalusië. Bezoek een olijfoliemakerij zoals Chiavalon bij Vodnjan voor een proeverij van 15 tot 20 euro per persoon, waarbij je leert waarom een goede Istrische olijfolie pittig in de keel moet prikken. Doet hij dat niet, dan is hij oud of slecht bewaard, ongeacht wat er op het etiket staat.

De truffel krijgt alle aandacht, maar het is deze combinatie van wijn, olie en een tafel op een dorpsplein zonder wachtrij die maakt dat mensen in oktober terugkomen naar Istrië, en niet in augustus.

Wat je nog moet weten voordat je vertrekt

Kroatië gebruikt sinds 1 januari 2023 de euro, dus je hoeft in Istrië niet meer te wisselen naar kuna — de bedragen hierboven zijn dan ook echt wat je betaalt, niet een omgerekende schatting. De officiële taal is Kroatisch, maar in de kustplaatsen wordt opvallend veel Italiaans gesproken en verstaan; dat is geen toeristische aardigheid, maar een overblijfsel van de tijd dat Istrië bij Venetië en later bij Italië hoorde, en straatnamen staan in veel plaatsen dan ook tweetalig op het bord. Neem voor het binnenland 's avonds wel een vest of dun jack mee — waar de kust in oktober nog aangenaam mild blijft, kan de temperatuur op de heuvels rond Motovun na zonsondergang toch een stuk of tien graden dalen, iets waar dagjesmensen die alleen aan de zee hebben gepland regelmatig door verrast worden.

Wie maar een lang weekend heeft, kan het beste kiezen tussen het binnenland óf de kust — proberen om in drie dagen zowel Motovun, Grožnjan en Buzet als Rovinj en Poreč te combineren eindigt meestal in te veel tijd in de auto en te weinig tijd aan tafel. Vlieg dan naar Pula, blijf de eerste twee nachten in of rond Rovinj voor de kust en de sfeer, en verplaats je pas de laatste dag landinwaarts voor een truffeltocht en een lange lunch in Motovun voordat je terugvliegt. Voor een volledige week is er ruimte voor beide, inclusief de zijsprongen naar Grožnjan, Buzet en Hum die anders als eerste sneuvelen.