In Dubrovnik meren op een drukke dag drie cruiseschepen tegelijk aan, goed voor zo'n tienduizend dagjesmensen die tussen elf uur 's ochtends en vier uur 's middags door dezelfde smalle straatjes van de oude stad proberen te lopen. Een uur zuidoostelijker, over de grens met Montenegro, ligt de Baai van Kotor: een inham die eruitziet als een Noorse fjord maar geologisch gezien een verdronken riviercanyon is, omzoomd door bergen die recht uit het water omhoog schieten. De weg vanaf de grens volgt de oever door een reeks kleine havenstadjes — Herceg Novi, Risan, Perast — voordat hij bij Kotor zelf uitkomt, en al die tijd blijft het water aan de ene kant en de kale bergwand aan de andere kant, zonder een strook vlak land ertussen. Kotor krijgt ook cruiseschepen, maar lang niet in dezelfde aantallen, en wie 's ochtends vroeg of na vier uur door de oude stad loopt, heeft de kasseien grotendeels voor zichzelf. Wie voor het eerst de baai binnenrijdt, verwacht ergens een brug of een tunnel die de rit inkort — die is er niet, en juist dat ontbreken van een snelle route houdt de grotere bustochten uit de regio bij Kotor vandaan. Vergelijk het gerust met Dubrovnik zelf, dat je vanuit Kotor in iets meer dan een uur bereikt: precies genoeg afstand om als dagtocht te gelden, maar te ver voor de gemiddelde cruisepassagier die om vijf uur weer aan boord moet zijn.
Kotor: een vestingstad die tegen de klok in wint
De ommuurde binnenstad van Kotor staat sinds 1979 op de UNESCO-werelderfgoedlijst, samen met de hele baai, en dat is geen overdreven eer voor een stadje van amper vijfduizend inwoners. Vanaf het plein bij de kathedraal van Sint-Tryphon klimt een pad van 1.350 traptreden tegen de berg op naar het fort van Sint-Jan, met op elke honderd meter weer een ander uitzicht over de baai beneden. De entree kost 8 euro en de klim duurt, met pauzes voor het uitzicht en de hitte, ongeveer anderhalf tot twee uur. Ga voor negen uur 's ochtends, voordat de temperatuur en de dagjesmensen tegelijk oplopen — na tien uur sta je in september nog steeds in de rij bij de kassa, ook al is dat een fractie van wat Dubrovnik dagelijks over zich heen krijgt. Onderweg passeer je restanten van de Venetiaanse verdedigingswerken die de stad eeuwenlang tegen de Ottomanen moesten beschermen, en bij een van de laatste bochten voor de top staat een klein kerkje van Onze-Lieve-Vrouw van Gezondheid, waar weinig van de klimmers de moeite nemen binnen te kijken. Beneden in de stad zelf is de oude kern zo compact dat je binnen twintig minuten van de ene kant naar de andere loopt, wat de drukte overdag alleen maar voelbaarder maakt.
Check voor vertrek welke cruiseschepen die dag in de haven van Kotor liggen; de haven publiceert een openbaar scheduleoverzicht en op dagen zonder schip is het verschil met een volle dag onmiskenbaar. Buiten het hoogseizoen, vanaf half september, neemt het aantal aanlopen sowieso al af. De stad zelf is klein genoeg om in een halve dag te doorkruisen, maar verdient een overnachting: zodra de dagjesmensen om vijf uur terug aan boord zijn, verandert de sfeer volledig en zitten de terrassen ineens vol met mensen die er wél voor kiezen te blijven.
Perast en de Onze-Lieve-Vrouw-van-de-Rotsen
Twaalf kilometer verderop langs de baai ligt Perast, een barok stadje van nog geen driehonderd inwoners dat zijn rijkdom dankt aan zeevaarders uit de achttiende eeuw. Vanaf de kade varen bootjes voor ongeveer 5 euro per persoon naar Gospa od Škrpjela, een kunstmatig eiland dat zeelieden eeuwenlang steen voor steen opbouwden rond een rots waar volgens de legende een icoon van Maria was gevonden. Het kerkje op het eiland hangt vol met zilveren ex-voto's — dankplaatjes van kapiteins die een storm overleefden — en de combinatie van kitsch en oprechte devotie is precies waarom het de moeite waard is, ook als je normaal weinig met kerken hebt.
Lovćen: uitzicht over de baai vanaf 1.657 meter
Wie een auto heeft, rijdt vanuit Kotor de vijfentwintig haarspeldbochten van de oude Oostenrijkse weg op naar Nationaal Park Lovćen, waar het mausoleum van bisschop-vorst Petar II Petrović-Njegoš op de top van de Jezerski vrh staat. De laatste honderdenachtenzestig treden naar het mausoleum zijn zwaarder dan ze eruitzien op deze hoogte, maar het uitzicht — de hele Baai van Kotor aan de ene kant, de kale karstbergen van Montenegro aan de andere — verklaart in één oogopslag waarom Njegoš, ook nog eens de belangrijkste dichter van het land, zich hier liet begraven. De entree voor het park kost 8 euro per persoon, plus een kleine bijdrage voor het mausoleum zelf.
Durmitor: van de baai naar de bergen
Vanaf Kotor is het ongeveer twee en een half tot drie uur rijden naar Žabljak, het hoogstgelegen stadje van de Balkan en de poort tot Nationaal Park Durmitor. De route zelf, via Nikšić of via de spectaculairdere weg door de Tara-vallei, is al een reden om de auto te huren in plaats van een dagtrip vanuit Kotor te boeken: die laatste bestaat namelijk niet echt, de afstand is er simpelweg te groot voor. Het landschap verandert onderweg volledig: de kale, mediterrane kalksteenrotsen rond de baai maken plaats voor dennenwouden en hoogvlaktes waar 's nachts in september de temperatuur al tot bij het vriespunt kan zakken, ook al lag je een paar uur eerder nog in het Adriatische water. Žabljak zelf is weinig meer dan een handvol straten met pensions en een supermarkt, geen plek om voor de sfeer te blijven, maar wel de logische uitvalsbasis voor het park.
Zwart Meer en de Tara-kloof
Het Zwart Meer (Crno jezero), op loopafstand van Žabljak, is het startpunt van een wandelroute van ongeveer twee uur rond het water, met dennenbos aan de ene kant en de kale rotstoppen van het Durmitor-massief aan de andere. Verwacht geen alpenmeer met kristalhelder water zoals in Slovenië of Oostenrijk — het Zwart Meer dankt zijn naam aan de donkere weerspiegeling van het bos, en dat maakt het niet minder de moeite waard. Ernstiger wandelaars vervolgen de route naar de top van de Bobotov Kuk, met 2.523 meter de hoogste piek van het massief, een tocht van een volle dag die stevige knieën en goed schoeisel vereist.
Een kwartier rijden verderop ligt de Tara-kloof, met een diepte tot 1.300 meter een van de diepste canyons van Europa, tweede na de Grand Canyon in de Verenigde Staten als je de internationale ranglijsten mag geloven. Bij het uitzichtpunt Ćurevac, bereikbaar via een korte wandeling vanaf de parkeerplaats, staat een houten platform dat over de rand van de kloof uitsteekt — niet iets voor wie moeite heeft met hoogte. Wie liever op het water zit dan ernaast staat, kan bij Brštanovica instappen voor een raftingtocht van twee dagen door de kloof, compleet met overnachting op een kampeerterrein aan de rivier; reken op zo'n 90 tot 120 euro per persoon voor het volledige programma.
Praktisch: wanneer gaan, hoe komen, wat kost het
- Beste periode: half september tot begin oktober — minder cruiseschepen in Kotor, de Adriatische Zee is nog zwemwarm, en in Durmitor is het bergweer nog stabiel voordat de eerste sneeuw valt
- Vliegen: rechtstreekse vluchten vanuit Nederland naar Tivat zijn er vooral in het hoogseizoen; buiten die periode is vliegen via Podgorica of zelfs via Dubrovnik, met een grensovergang van ongeveer drie kwartier, vaak makkelijker
- Overnachten in Kotor: een tweepersoonskamer binnen de stadsmuren kost in september 65 tot 100 euro per nacht; in Perast lig je iets duurder maar rustiger
- Munt: Montenegro gebruikt de euro, ook al is het land geen EU-lid — dat maakt betalen makkelijker dan in de meeste andere Balkanlanden
Neem in Kotor zelf geen genoegen met alleen de oude stad — de baai wordt pas echt indrukwekkend zodra je haar vanaf het water of vanaf een bergpad bekijkt, en dat is precies het stuk dat de meeste cruisepassagiers overslaan omdat ze om vier uur weer aan boord moeten zijn. Njeguški pršut, gedroogde ham uit de bergen rond Njegoši, en de lokale wijn Vranac horen op elke tafel; een driegangenmenu in Kotor of Perast kost gemiddeld 18 tot 25 euro, inclusief een glas van die laatste. Boek de huurauto voor Durmitor ruim vooraf — in september is het aanbod al kleiner dan in juli, en wie ter plekke pas zoekt, betaalt al snel het dubbele.