Terwijl Noord-Europa de verwarming aanzet, schijnt in Lissabon nog volop de zon. Daar ligt het geheim van een stedentrip naar de Portugese hoofdstad in de late herfst: je krijgt vaak nog terrasweer, maar betaalt laagseizoenprijzen en deelt de stad met veel minder mensen. De tram 28 zit niet propvol, en op de uitzichtpunten vind je nog een bankje.
De stad van de heuvels
Lissabon is gebouwd op zeven heuvels, en dat voel je in je kuiten. De wijk Alfama, het oude moorse hart, is een wirwar van steegjes waar de was tussen de huizen hangt en uit de cafés fado klinkt. Loop omhoog naar het kasteel Sao Jorge voor het beste uitzicht over de rode daken en de Taag.
- Tram 28: ga vroeg, anders sta je in een propvolle wagon
- Miradouros: de uitzichtterrassen, gratis en overal
- Belem: voor de toren, het klooster en de originele pasteis de nata
Eten als een local
Geef je geld niet uit bij de toeristententen op de pleinen. Zoek een tasca in een zijstraat waar het dagmenu op een schoolbord staat. Gegrilde sardines, bacalhau in tientallen varianten, en altijd een fles huiswijn die per liter wordt afgerekend. Sluit af met een pastel de nata, lauwwarm en bestrooid met kaneel.
Praktisch
Neem schoenen met grip mee; de beroemde kasseitjes worden spekglad als het regent, en regenen doet het in november af en toe. Vanaf de luchthaven sta je met de metro in twintig minuten in het centrum. Een dagkaart voor het openbaar vervoer verdient zich snel terug.
Lissabon in het laagseizoen geeft je het beste van twee werelden: het zachte licht en de zon van het zuiden, zonder de zomerse drukte en prijzen. Pak je zonnebril toch maar in.