Frankrijk

Waarom de Ardèche deze zomer de betere roadtrip is dan de Dordogne

De Ardèche combineert het rivierlandschap van de Dordogne met het klimaat van de Provence, maar dan zonder de boekingsstress. Kanoën door de kloof, kamperen tussen kastanjebomen en eten op de donderdagmarkt — dit is de roadtrip voor deze zomer.

Waarom de Ardèche deze zomer de betere roadtrip is dan de Dordogne

Bij de kanoverhuur in Vallon-Pont-d'Arc staat om negen uur 's ochtends al een rij wachtenden met peddels in de hand, maar zodra je de Ardèche opvaart, verdwijnt die drukte binnen een paar honderd meter. Dat contrast — een dorp dat in juli volstroomt en een rivier waar je algauw bijna alleen bent — is precies waarom de Ardèche een betere zomerbestemming is dan de Dordogne, waar de bekendste camperplaatsen tegenwoordig al in de winter volgeboekt raken.

Waarom de Ardèche wint van de Dordogne en de Provence

De Dordogne staat al jaren bovenaan de verlanglijstjes van Nederlandse campinggangers, en dat merk je in juli meteen: de rivier bij La Roque-Gageac ligt vol kano's, en een plek op de populaire camping Le Moulinal in Vitrac is in de zomer vaak al maanden van tevoren uitverkocht. De Provence heeft een ander probleem — daar draait alles om de kust, en tussen Cassis en Saint-Tropez betaal je in augustus zomaar 25 euro voor een parkeerplek bij het strand, als je er al een vindt. De Ardèche ligt tussen die twee gebieden in, letterlijk en figuurlijk: rivierlandschap zoals de Dordogne, mediterraan klimaat zoals de Provence, maar zonder de kastelenroutes vol touringcars en zonder de kustfile op de D559. Bovendien is het gebied groter dan de meeste bezoekers denken — de kloof zelf is maar een klein deel van een streek die van de bergen van de Cévennes tot de wijngaarden bij Ruoms loopt. Kies de Ardèche als je van kanoën, wandelen en lange etentjes buiten houdt, en laat de Dordogne dit jaar gerust aan een ander over.

De route ernaartoe: rijden, tol en tijd

Vanaf Utrecht rijd je zo'n 1.000 tot 1.050 kilometer naar Vallon-Pont-d'Arc, het startpunt voor de meeste bezoekers. Reken op ongeveer tien tot elf uur rijden, inclusief de gebruikelijke stop bij een Aire op de A7 ter hoogte van Valence. De snelste route loopt via Antwerpen, Reims en Lyon, grotendeels over Vinci Autoroutes-trajecten; houd rekening met zo'n 60 tot 70 euro tol per rit, afhankelijk van of je de A7 helemaal volgt of bij Montélimar afslaat richting de N102. Rijd je in een gemiddelde benzineauto, dan kom je aan een tankrekening van ruim 100 euro per traject. Splits de rit in twee dagen als je met jonge kinderen reist — een overnachting rond Reims of Beaune breekt de reis prettig op, en scheelt een dag vol grienende achterbank. Wie liever geen twee dagen in de auto zit, kan overwegen om via Straatsburg en de A6 te rijden; dat kost iets meer tol, maar vermijdt de drukste stukken rond Lyon op zaterdagochtend.

Kanoën door de Gorges de l'Ardèche

Het hoogtepunt van de streek is de kloof tussen Vallon-Pont-d'Arc en Saint-Martin-d'Ardèche, met de natuurlijke boog van de Pont d'Arc als startpunt. Verhuurbedrijven zoals Aventure Canoës en Canoë Bidon bieden twee vaste routes.

De korte route van 8 kilometer duurt een halve dag en kost ongeveer 22 tot 28 euro per persoon, inclusief het busvervoer terug naar je auto. De lange route van 24 kilometer neemt een hele dag in beslag, kost 30 tot 38 euro per persoon en voert je langs de indrukwekkende Cirque de la Madeleine. Boek de korte route als je met kinderen onder de tien gaat.

Die lange versie is prachtig, maar onderschat de zon niet: in de kloof is nauwelijks schaduw, en tegen het middaguur voelt 34 graden op het water aan als 40. Neem meer water mee dan je denkt nodig te hebben, en smeer minstens twee keer opnieuw in.

Liever de kloof bekijken zonder nat te worden? Rijd dan de Route Touristique des Gorges de l'Ardèche, de D290 die hoog langs de rand slingert. Er zijn zo'n vijftien officiële uitzichtpunten, met de Belvédère de la Madeleine en de Belvédère du Serre de Tourre als bekendste, en het parkeren is er gratis.

Onder de grond: Chauvet 2 en Aven d'Orgnac

Wie denkt dat de Ardèche alleen om water en zon draait, mist de helft van de streek. Grotte Chauvet 2 bij Vallon-Pont-d'Arc is een levensechte replica van de oorspronkelijke grot met de oudste bekende grotschilderingen ter wereld, ontdekt in 1994 en sinds 2015 toegankelijk via dit bezoekerscentrum. Een kaartje kost rond de 20 euro per volwassene, en reserveer minstens een dag vooruit — in juli zijn de tijdsloten van 10 en 11 uur 's ochtends vaak als eerste vol. Een kwartier rijden verderop ligt Aven d'Orgnac, een enorme onderaardse grot met zalen tot 40 meter hoog, waar de temperatuur het hele jaar rond 13 graden blijft. Perfect voor een middag als de hitte buiten ondraaglijk wordt, en de entree van zo'n 15 euro is met een gezin al snel terugverdiend aan airconditioning die je anders niet had.

Slapen tussen de kastanjebomen

De Ardèche telt tientallen campings langs de rivier, en de meeste zijn kleinschaliger dan wat je in de Dordogne of aan de Vendée-kust gewend bent. Camping Le Ranc Davaine bij Lanas werkt met een zwemvijver in plaats van een zwembad en heeft in het hoogseizoen staanplaatsen vanaf ongeveer 35 euro per nacht voor een gezin van vier. Verderop, bij Ruoms, ligt Camping La Chapoulière direct aan het water, met huurchalets vanaf zo'n 90 euro per nacht in juli. Boek voor de laatste twee weken van juli en heel augustus minstens twee tot drie maanden vooruit — dat geldt hier net zo hard als in de Dordogne, ook al is de streek zelf minder overlopen.

Toch is de Ardèche niet overal een rustig alternatief. In het hoogseizoen zit ook de korte kanoroute vol Franse gezinnen op doordeweekse ochtenden, en op de belangrijkste weg tussen Vallon-Pont-d'Arc en Ruoms staat tussen 11 en 13 uur regelmatig een file van kano-aanhangers en campers. Ga je in het derde weekend van juli, rond 14 juli, dan lijkt de Dordogne opeens minder ver weg dan je had gehoopt.

Wat je eet en drinkt

De caillette is het gerecht dat je hier overal tegenkomt: een plat gehaktbroodje van varkensvlees, spek en groene groenten, gewikkeld in buikvlies en vaak koud gegeten bij de lunch. Bestel hem op de donderdagmarkt van Vallon-Pont-d'Arc of de vrijdagmarkt van Ruoms, samen met een stuk Picodon — de lokale geitenkaas met AOP-status. Voor onderweg is er maar één souvenir de moeite waard: crème de marrons van Clément Faugier, sinds 1885 gemaakt in Privas, het historische centrum van de Ardèche-kastanjeteelt. Smeer het op een boterham, roer het door yoghurt, of gebruik het zoals de lokale bevolking doet in een mont-blanc-taart. Bij de wijn geldt hetzelfde advies als bij het eten: kies lokaal. De rosé en rode wijnen onder de AOC Côtes du Vivarais zijn niet de bekendste van Frankrijk, maar op een terras bij 30 graden doen ze precies wat ze moeten doen, voor 8 tot 12 euro per fles bij de wijnboer zelf.

Praktisch: wanneer je moet gaan (en wanneer niet)

De eerste twee weken van juli zijn de beste keuze: de scholen in Nederland zijn nog niet overal vrij, de Franse zomervakantie is net begonnen, en de temperaturen liggen meestal al ruim boven de 28 graden. Vermijd het weekend van 14 juli — de Franse nationale feestdag zorgt voor extra verkeer op de A7 en volle campings in de hele regio. Ga je toch in augustus, boek dan minstens een maand vooruit en reken op file rond Lyon op zaterdagochtend, wanneer duizenden Franse gezinnen tegelijk richting het zuiden rijden.

  • Beste periode: eerste twee weken van juli, of de laatste week van augustus als de meeste Fransen alweer naar huis zijn
  • Kanoën: boek online minstens een week vooruit in juli, ter plekke boeken lukt vaak nog wel doordeweeks
  • Campings met zwemvijver zijn koeler dan chloorzwembaden en vaak ook net iets goedkoper — reken zelf maar uit wat dat scheelt op twee weken
  • Neem een koelbox mee voor de terugrit, want een blik crème de marrons hoort niet in de achterbak naast de warme motor