Porto in oktober is een andere stad dan Porto in juli. De kades langs de Douro zijn niet langer een muur van mensen, de prijzen zakken, en de eerste herfstbuien geven de stad iets melancholisch dat goed past bij de grijze granieten gevels. Je hebt geen weken nodig: drie nachten zijn genoeg om het ritme te pakken.
Lopen, niet plannen
Het mooiste van Porto is dat je verdwaalt. Vanaf het station Sao Bento, met zijn beroemde tegeltableaus, daal je af richting de rivier door steegjes die te steil zijn voor auto's. De wijk Ribeira is toeristisch maar terecht: kleurige huizen stapelen zich op tegen de helling. Steek de Ponte Dom Luis over naar Vila Nova de Gaia voor het beste uitzicht terug op de oude stad.
- Livraria Lello: mooi maar druk, ga vroeg of sla over
- Mercado do Bolhao: gerenoveerde markthal, goed voor lunch
- Jardim do Morro: gratis uitzicht bij zonsondergang
Port proeven zonder toeristenval
De porthuizen aan de overkant in Gaia bieden rondleidingen, maar de echte ontdekking is een tawny van tien jaar in een rustige tasca, waar de ober je gewoon een glas inschenkt zonder show eromheen. Reken op een paar euro per glas. Probeer ook een witte port met tonic, in Portugal een gewoon aperitief en verfrissender dan je denkt.
Eten voor weinig
De francesinha, een tosti verdronken in bier-tomatensaus met een gebakken ei erop, is geen subtiel gerecht maar wel een ervaring. Voor iets lichters: gegrilde sardines of een bord bacalhau. Lunch je in een buurtrestaurant weg van de rivier, dan eet je voor de helft van de prijs.
Neem een paraplu mee, accepteer dat het waait, en laat je niet gek maken door rijen. Porto in de herfst beloont wie rustig loopt en geen haast heeft. Het is een stad om in te zakken, niet om af te vinken.