De weg naar beneden begint bij de Llogara-pas, waar de dennenbossen van het nationaal park plotseling opzijschuiven en de kustlijn zich voor het eerst laat zien: honderden meters lager een streep turkoois water tussen kale rotswanden. Voorbij Vlorë wordt de weg smaller en de dorpen kleiner, tot je bij de eerste haarspeldbochten van de pas staat. Je rijdt ze af met de raampjes open, en ergens rond de vijfde bocht ruik je zout in plaats van hars. Dit is de Albaanse Rivièra, het stuk kust tussen Vlorë en de Griekse grens dat tot een paar jaar geleden amper op een toeristische kaart stond. Terwijl Kroatië in augustus dichtslibt en Montenegro's Budva inmiddels zijn eigen versie van de Ibiza-strip heeft, ligt hier nog altijd een baai waar je 's ochtends de enige gast bent op het terras van een familierestaurant. Dat verandert, en niet langzaam — maar wie nu gaat, treft nog het Albanië van vóór de grote doorbraak.
Waarom deze kust nog met rust gelaten wordt
Albanië sloot zich decennialang af van de rest van Europa onder het bewind van Enver Hoxha, en die geschiedenis is nog overal zichtbaar: langs de kustweg staan duizenden betonnen bunkers, ooit gebouwd tegen een aanval die nooit kwam. Toen het land begin jaren negentig openging, ontbrak het simpelweg aan infrastructuur om massatoerisme aan te trekken — geen internationale luchthaven van betekenis, nauwelijks goede wegen langs de kust. Rinas, de luchthaven van Tirana, kreeg pas rond 2022 een golf aan nieuwe verbindingen met budgetmaatschappijen zoals Wizz Air en Ryanair, en dat is de belangrijkste reden waarom reizigers de Rivièra nu pas ontdekken, jaren nadat ze allang naar Kroatië of Montenegro trokken. De weg zelf hielp niet mee: de SH8 langs de kust is smal, bochtig en pas de laatste jaren over grotere stukken goed geasfalteerd. Voor de gemiddelde toerist met een huurauto was dat lang een drempel te veel, en voor touroperators al helemaal.
Ksamil: eilandjes zonder franje
Vergeet de vergelijking met de Malediven — die doet deze baaien juist tekort.
Ksamil ligt aan de zuidpunt van de Rivièra, vlak bij de Griekse grens en de Romeinse ruïnestad Butrint, die op de Unesco-werelderfgoedlijst staat en een uitstekende ochtenduitstap is voordat het te heet wordt. Voor de kust van Ksamil liggen vier kleine eilandjes waar je met een huurbootje, een kajak of gewoon zwemmend naartoe kunt; het water is er ondiep genoeg om de bodem te zien op momenten dat het elders langs de kust al donkerblauw wordt. Een kajak huur je voor vijf tot acht euro per uur bij een van de kraampjes op het strand, en de meeste eigenaren spreken een basaal Engels dat ruim voldoende is om een tijdstip af te spreken. Ksamil is inmiddels wél geen geheim meer. Half augustus staat het dorp vol met dagjesmensen uit Sarandë en rijen auto's langs de kustweg, en de baaien die je op reisfoto's ziet als verlaten zijn dan verre van leeg. Ga in de laatste week van september en je krijgt een andere versie van dezelfde plek: dezelfde eilandjes, dezelfde kleur water, maar zonder de bus vol dagjesmensen om elf uur 's ochtends.
Himara en Dhërmi: twee versies van dezelfde kust
Himara bestaat eigenlijk uit twee delen: het oude stadje op de heuvel, met een Byzantijnse vesting en smalle steegjes waar de was buiten hangt te drogen, en de moderne strook langs het strand, vol nieuwbouwappartementen voor de zomerverhuur. Dhërmi, een kwartier noordelijker over de kustweg, trekt een jongere, internationale menigte naar beachclubs als Havana Beach Bar, waar de muziek tot diep in de nacht doorgaat en de cocktails Ibiza-prijzen naderen. Beter is om te kiezen tussen de twee in plaats van te proberen alles te combineren: wie rust zoekt, boekt een kamer in het oude Himara en rijdt 's middags naar Dhërmi voor een strandbezoek; wie uitgaan wil, doet het precies andersom. Vermijd de nieuwbouwstroken langs beide stranden in het hoogseizoen — de bouwkranen staan er nog volop, en de afwerking van de meeste appartementencomplexen is daarnaar.
Sarandë: uitvalsbasis, geen bestemming op zich
Sarandë is de plek waar de meeste reizigers landen, en het is verstandig om er niet meer dan een nacht of twee te blijven. De boulevard is dichtgebouwd met vergelijkbare visrestaurants en ijssalons, en het strand in de stad zelf haalt het niet bij wat een halfuur verderop ligt. Waar Sarandë wél goed voor is: een basis om Butrint te bezoeken, boodschappen te doen voordat je de weinig bevoorrade dorpen intrekt, en de veerboot naar Corfu te nemen als je richting Griekenland verder wilt. Het havenfront 's avonds, met de lichtjes van Corfu zichtbaar aan de overkant van het water, is overigens een van de weinige momenten waarop je beseft hoe dicht de Adriatische en de Ionische zeeën hier bij elkaar liggen.
Hoe je er komt
Er zijn in de praktijk drie manieren om de Rivièra te bereiken. Ze verschillen flink in comfort en reistijd, van een korte oversteek tot een halve dag onderweg.
- Vliegen naar Tirana. Wizz Air en Ryanair vliegen inmiddels rechtstreeks vanuit onder meer Amsterdam, Brussel en Düsseldorf, in ongeveer twee tot drie uur.
- Vanaf Tirana huur je een auto en rijd je de kust af via de SH8, een tocht van ruim vier uur die je het beste in daglicht plant vanwege de bochten van de Llogara-pas.
- Wie al op Corfu is, pakt de veerboot naar Sarandë — een overtocht van amper veertig minuten, en verreweg de snelste manier om de Rivièra te bereiken.
Weinig reizigers combineren alle drie. De veerboot-optie wordt vaak over het hoofd gezien, en dat is jammer — wie toch al in Griekenland zit, hoeft niet eerst om te rijden via Tirana.
Wat het kost
Een kamer in een familiepension langs de Rivièra kost in het laagseizoen tussen de dertig en vijftig euro per nacht voor twee personen; in de wat luxere boetiekhotels van Dhërmi loopt dat op tot zeventig tot honderdtwintig euro. Een uitgebreide visschotel met een fles lokale wijn in een haventaverne in Himara reken je op twintig tot vijfentwintig euro per persoon, en een koffie met een byrek — het gevulde bladerdeeggebakje dat overal langs de kust te koop is — kost zelden meer dan drie tot vier euro. Een ligstoel met parasol op het strand van Ksamil huur je voor vijf tot tien euro per dag, en een huurauto voor een volle week kom je uit op zo'n twee- tot driehonderd euro, afhankelijk van het seizoen en de verzekering die je meeneemt. Vergelijk dat met een weekje Dubrovnik of Kotor, en het verschil tikt al na drie dagen door in je portemonnee. Het land gebruikt de lek als munt, maar in de toeristische plaatsen langs de kust wordt euro vrijwel overal geaccepteerd — al krijg je het wisselgeld soms terug in lek, dus reken niet te precies.
Waarom eind september de beste maand is
Het zeewater langs de Ionische kust houdt zijn warmte tot ver in de herfst vast, en eind september meet je nog altijd tweeëntwintig tot vierentwintig graden — vergelijkbaar met een goede zomerweek in de Noordzee, maar dan zonder de kou. Overdag zakt de temperatuur van de verstikkende vijfendertig graden van augustus naar een aangenamere zesentwintig tot achtentwintig, en 's avonds kun je weer buiten eten zonder voortdurend in het zweet te zitten. De meeste strandtenten en pensions blijven open tot begin oktober, wanneer de eigenaren zelf naar hun olijfgaarden verdwijnen voor de oogst — een detail dat je meteen voelt zodra je met de eigenaar van je pension in gesprek raakt over iets anders dan het weer. Boek dus niet te laat: half oktober is de kust al voor een groot deel dichtgetimmerd, en de laatste veerboten naar Corfu draaien dan op een uitgedund winterschema.