Portugal

De Azoren als zomerbestemming: vulkanisch Portugal ver van de mediterrane drukte

Terwijl Kroatië en Sicilië kreunen onder de hitte, biedt de Azoren groene rust, kratermeren en walvissen bij twintig graden — een vulkanisch Portugal midden in de Atlantische Oceaan.

De Azoren als zomerbestemming: vulkanisch Portugal ver van de mediterrane drukte

Je stapt uit het vliegtuig op Ponta Delgada en de eerste indruk is geen hitte, maar een deken van vochtige, groene lucht die eerder aan Ierland doet denken dan aan Portugal. Terwijl de rest van Zuid-Europa deze zomer kreunt onder recordtemperaturen en dichtgeslibde kustwegen, ligt er middenin de Atlantische Oceaan een archipel waar het kwik in augustus zelden boven de vijfentwintig graden uitkomt: de Azoren. Negen vulkanische eilanden, verspreid over bijna zeshonderd kilometer open zeeën, allemaal Portugees grondgebied en toch werelden verwijderd van de volgeboekte terrassen van Lissabon of de Algarve.

Waarom de Azoren dit seizoen het overwegen waard zijn

De Azoren zijn geen geheimtip meer, maar vergeleken met Kroatië, Sicilië of de Ardèche — bestemmingen die dit seizoen al voorbijkwamen — is de drukte nog altijd te overzien. São Miguel, het grootste eiland, telt zo'n honderdvijfendertigduizend inwoners en trekt in de piekmaanden een fractie van de bezoekers die Dubrovnik of Taormina te verwerken krijgen. Dat komt niet doordat het eiland minder te bieden heeft; het komt doordat de negen eilanden ver uit elkaar liggen en de meeste reizigers domweg niet verder komen dan één stop. Jij hoeft die vergissing niet te maken. Wie twee eilanden combineert — São Miguel voor de kratermeren en Pico of Faial voor de walvissen en de wijngaarden op lava — heeft binnen tien dagen een vakantie die qua afwisseling weinig Europese bestemmingen evenaart. En het weer werkt mee op een manier waarop de Middellandse Zee deze zomer niet kan wedijveren: geen hittegolven, wel geregeld een bui, dus een regenjack hoort net zo goed in je koffer als je zwemkleding.

Welk eiland kies je: São Miguel, Pico of Faial

São Miguel: het groene hoofdeiland

São Miguel is voor de meeste bezoekers het startpunt, en terecht. Het eiland is groot genoeg voor een week zonder herhaling en compact genoeg om zonder binnenlandse vlucht te verkennen. De hortensia's staan in juli en augustus in volle bloei langs vrijwel elke provinciale weg, blauw en roze door elkaar, en geven het landschap een aanblik die op geen enkele foto helemaal overkomt. Ponta Delgada zelf is bescheiden — een havenstad met kasseien straten en gezellige cafés, geen skyline, geen massatoerisme — maar de reden om te komen ligt buiten de stad.

Pico en Faial: wijn op lava en walvissen voor de kust

Op Pico groeit wijn in currais: lage muurtjes van zwart lavagesteente die de wijnstokken beschermen tegen de zeewind. Het gebied staat op de Unesco-lijst en de wijn wordt grotendeels via de lokale coöperatie Cooperativa Vitivinícola da Ilha do Pico verkocht, verrassend mineraal door de vulkanische bodem en in de meeste restaurants voor tien tot vijftien euro per fles te krijgen. Faial, een kwartier varen verderop, draait rond de jachthaven van Horta, waar generaties zeilers tussen de cafés en scheepswerven hun scheepsnaam op de kade hebben geschilderd — een traditie die naar verluidt ongeluk afweert. Beter is het om minstens één avond in Peter Café Sport door te brengen, de legendarische bar aan de haven waar walvisvaarders ooit hun verhalen vertelden en waar dat nu nog steeds gebeurt, alleen dan over de laatste storm op zee.

Vulkanische landschappen en kratermeren

Sete Cidades is het beeld dat de meeste mensen met de Azoren associëren: twee meren, één blauw en één groen, naast elkaar in dezelfde vulkaankrater. Vanaf het uitzichtpunt Vista do Rei, waar ooit een groot hotel zou verrijzen dat nooit werd afgebouwd, zie je beide meren tegelijk liggen — een van de meest gefotografeerde vergezichten van heel Portugal. Lagoa do Fogo, verderop op het eiland, ligt hoger en is kouder, omringd door kaal vulkanisch gesteente in plaats van bos — geen zwembadfoto, wel een indrukwekkende wandeling rond de krater. En dan is er de caldera van Furnas, waar de bodem zelf nog leeft.

Warmwaterbronnen en modderbaden

In Terra Nostra Park, een negentiende-eeuwse botanische tuin in het dorp Furnas, zwem je in een zwavelhoudend thermaalbad van rond de vijfendertig graden, omringd door reuzenvarens en camelia's. Het is troebel, oranjebruin van de mineralen, en niets voor wie op zoek is naar een helder zwembad — maar juist dat maakt het bijzonder. Wie liever gratis in de natuur baadt, gaat naar Ponta da Ferraria, waar warm vulkaanwater en de koude Atlantische Oceaan letterlijk samenkomen in dezelfde rotspoel. Vermijd een bezoek rond het middaguur in augustus: dan is het er, ondanks alles, toch druk met dagjesmensen van cruiseschepen.

Walvissen spotten en wandelen door de caldera

De walvis is hier geen attractie voor toeristen — hij hoort gewoon bij het uitzicht.

Meer dan tweeëntwintig walvis- en dolfijnsoorten passeren de Azoren, van orka's tot potvissen, en de eilanden liggen op een van de weinige plekken ter wereld waar je het hele jaar door kans hebt op een waarneming. Een boottocht van drieënhalf uur kost doorgaans tussen de zestig en vijfenzeventig euro per persoon, inclusief een vigia — een waarnemer aan land die de boten via de telefoon naar de dieren dirigeert, een systeem dat nog stamt uit de tijd van de walvisvaart. Mei tot en met september geeft de beste kans op meerdere soorten tegelijk.

Wandelaars komen ondertussen aan hun trekken op de rand van de Sete Cidades-krater, een route van ruim twaalf kilometer met uitzicht over beide meren, of op Pico zelf: met 2351 meter de hoogste berg van Portugal. De beklimming start ruim vóór zonsopgang, duurt zes tot acht uur retour en vereist verplichte registratie bij het bezoekerscentrum vanwege wisselend weer op de top. Wie geen zin heeft in die vroege wekker kan op Faial dezelfde ervaring krijgen met minder inspanning, want de rand van de Caldeira daar is in twee uur rond te wandelen en ligt al op ruim duizend meter hoogte. Neem wel stevige schoenen mee, want het pad is modderig zodra het de avond ervoor heeft geregend, en dat gebeurt op de Azoren vaker dan je zou willen. Niet iedereen hoeft die berg te beklimmen om van het eiland te genieten, en dat is precies het punt: de Azoren werken op elk niveau, van serieuze bergwandeling tot een korte kustwandeling na het ontbijt. Wie liever fietst dan wandelt, vindt op São Miguel inmiddels ook verhuurders die elektrische mountainbikes aanbieden voor de tocht rond Sete Cidades.

Eten en drinken: cozido das Furnas en queijo São Jorge

De cozido das Furnas is misschien wel het meest tot de verbeelding sprekende gerecht van de eilanden: een stoofpot van vlees en groenten die urenlang gaart in de aardwarmte van de vulkanische bodem, ondergronds, in met stoom gevulde kuilen langs het meer van Furnas. Restaurants laten hun ketels 's ochtends begraven en 's middags weer opgraven; reken op vijftien tot twintig euro per portie en boek vóór vertrek een tafel, want de porties zijn beperkt tot wat er die dag daadwerkelijk gaart. Queijo São Jorge, een pittige harde kaas met DOP-status van het gelijknamige eiland, hoort op iedere boodschappenlijst thuis — twaalf tot achttien euro per kilo, verkrijgbaar op elke lokale markt en in vrijwel elk restaurant als voorgerecht. Ananas uit São Miguel, geteeld in glazen kassen sinds de negentiende eeuw, is een derde specialiteit die nergens anders in Europa zo wordt verbouwd.

Praktische tips: vliegen, huren, budget en beste periode

Een rechtstreekse vlucht vanaf Amsterdam bestaat niet; de gangbare route loopt via Lissabon met TAP Air Portugal of via Porto, met een totale reistijd van zes tot acht uur inclusief overstap. Reken in juli en augustus op driehonderd tot vijfhonderd euro retour en boek minstens acht weken vooruit, want de beschikbare stoelen op de kleinere toestellen richting de eilanden raken sneller vol dan je zou verwachten. Een huurauto is geen luxe maar een noodzaak — het openbaar vervoer buiten Ponta Delgada is beperkt — en kost gemiddeld veertig tot zestig euro per dag inclusief verzekering.

  • Beste periode: eind juni of september, wanneer het rustiger is dan in de Portugese schoolvakanties van juli-augustus
  • Neem regenkleding mee, ook bij een zonnige weersvoorspelling — het weer op de Azoren wisselt binnen een uur
  • Wissel tussen eilanden via de lokale veerboten of korte binnenlandse vluchten met SATA Azores Airlines
  • Sommige wegen op Pico en São Jorge zijn smal en bochtig, en dat went, maar niet meteen op de eerste dag achter het stuur

Een compleet budget voor tien dagen, twee eilanden, een huurauto en de meeste maaltijden buitenshuis komt uit op ongeveer negenhonderd tot twaalfhonderd euro per persoon, exclusief vlucht. Niet nodig is een luxe hotelketen: de meeste bezoekers logeren in kleinschalige quintas of guesthouses die zelf al onderdeel zijn van de ervaring, met eigenaren die precies weten welke wandeling die dag de minste wind heeft. Wie na deze tien dagen nog ideeën heeft voor een volgende reis, kan altijd doorreizen naar Terceira of het nog rustigere Graciosa.

Op de veerboot terug van Faial naar Pico, laat in de middag, valt vaak op hoe stil het is — geen jetski's, geen luidsprekers, alleen de motor en af en toe een visser die zijn netten binnenhaalt tegen de achtergrond van de Pico-vulkaan in de mist.