Baskenland, in het noorden van Spanje tegen de Franse grens, lijkt op geen ander deel van het land. Geen droge vlakten en flamenco, maar groene bergen die in een ruige kust duiken, een eigen oeroude taal die nergens anders ter wereld gesproken wordt, en een eetcultuur die door velen tot de beste van Europa wordt gerekend. Wie van eten en natuur houdt, vindt hier beide op hun best.
San Sebastian en de pintxos
San Sebastián, of Donostia in het Baskisch, ligt rond een perfecte schelpvormige baai, La Concha, en geldt als een van de mooiste kuststeden van Spanje. Maar de stad is vooral beroemd om zijn eten. In de oude stad ga je van bar naar bar voor pintxos, de Baskische tapas die op de toonbank staan uitgestald: je pakt wat je wil en rekent achteraf af. Het is geen maaltijd maar een rituele kroegentocht.
- Pintxos-tocht: ga van bar naar bar, één hapje en een glas per zaak
- La Concha: de iconische stadsbaai van San Sebastian
- Txakoli: de licht bruisende, droge lokale witte wijn
Bilbao en het binnenland
Bilbao transformeerde van grauwe industriestad tot cultuurbestemming, vooral dankzij het glanzende Guggenheim-museum van Frank Gehry, dat als een metalen sculptuur aan de rivier ligt. Daarbuiten wachten de groene bergen en de Baskische kust met haar kliffen en surfstranden, zoals bij Mundaka. Het binnenland is dunbevolkt, met dorpen waar de oude tradities nog leven.
Praktisch en weer
Baskenland is groener en natter dan de rest van Spanje; reken ook in de zomer op af en toe regen en neem een dun jasje mee. De steden liggen dicht bij elkaar en zijn goed verbonden, maar voor de kust en het binnenland is een auto handig. Eet waar de locals eten en proef de txakoli, die ze van hoogte in je glas schenken.
Baskenland is een wereld op zich: groene bergen, een ruige kust en misschien wel de beste eetcultuur van Spanje. Loop de pintxos-bars af in San Sebastián, bewonder het Guggenheim in Bilbao, en ontdek een streek die zich met trots onderscheidt van de rest.