dagtrips

Dichtbij huis op pad: vijf korte zomertrips voor het einde van juni

Dichtbij huis op pad: vijf korte zomertrips voor het einde van juni

Je hoeft echt niet ver te reizen om het gevoel te hebben dat je even ontsnapt. Eind juni, als de scholen nog draaien en het echte vakantieseizoen pas in juli losbarst, liggen de mooiste plekken vaak op een uurtje fietsen of rijden van je voordeur. Geen file naar Zuid-Frankrijk, geen volgepakte camping. Gewoon de fiets uit de schuur, een fles water mee, en kijken waar je uitkomt.

Ik merk het zelf elk jaar opnieuw: de dagtrips die het langst blijven hangen, zijn zelden de duurste of de verste. Het zijn de tochten langs het water, met de wind in de rug op de terugweg en een patatje aan een haventje halverwege.

Fietsen langs het IJsselmeer, buiten de drukte

De dijk tussen Enkhuizen en Hoorn is zo'n route die je in je eentje kunt rijden zonder ooit het gevoel te krijgen dat je iets mist. Aan de ene kant het wijde water van het IJsselmeer, aan de andere kant het oude Westfriese land met zijn stolpboerderijen. In de laatste week van juni staat het fluitenkruid langs de berm nog hoog en is het rond een uur of tien 's ochtends nog rustig op het fietspad.

Wat de route fijn maakt: je kunt hem zo lang of zo kort maken als je wilt. Tot Schardam en weer terug is al een halve dag. Doorrijden naar Hoorn en de trein terug pakken kan ook, want je fiets gaat buiten de spits gewoon mee. Neem in Enkhuizen even de tijd voor de oude binnenhaven voordat je vertrekt. De Drommedaris, de poort bij de haveningang, is het soort plek waar je zonder plan een half uur blijft hangen.

Een dag aan de kust, vóór het hoogseizoen

De Zeeuwse en Zuid-Hollandse stranden zijn in juli en augustus een drukte van belang, maar nu nog niet. Een doordeweekse dag in juni op de Brouwersdam of bij Westkapelle voelt bijna als je eigen strand. Het water is nog fris, dat geef ik toe, maar voor pootjebaden en een lange wandeling langs de vloedlijn is dat geen bezwaar.

Wat ik aanraad: ga niet meteen voor de bekende badplaatsen. Domburg is mooi, maar druk. Rijd een stukje door naar de Manteling van Walcheren, het bosgebied vlak achter de duinen. Daar loop je in de schaduw van eeuwenoude eiken en sta je binnen tien minuten weer met je voeten in het zand. De combinatie van bos en strand op zo'n korte afstand vind je niet veel in Nederland.

Wandelen op de Veluwe, als de hei nog niet bloeit

Veel mensen denken bij de Veluwe automatisch aan augustus, als de heide paars kleurt. Maar eind juni heeft het Nationaal Park De Hoge Veluwe een heel ander, zachter karakter. De berken zijn fris groen, de zandverstuivingen liggen er stil bij in de ochtendzon, en met een beetje geluk zie je vanaf een wildobservatiepost een edelhert of een paar zwijnen.

Het park leent zich uitstekend voor een rustige dag. Bij de ingangen staan witte fietsen die je gratis mag gebruiken, dus je hoeft niet eens je eigen fiets mee te nemen. Plan je route langs het Kröller-Müller Museum, want de beeldentuin daar is een van de grootste van Europa en je loopt er zo in en uit. Een boterham op een bankje tussen de sculpturen, met om je heen alleen vogels: daar word je rustig van.

Een minder bekende stad voor een dagje weg

Niet iedereen heeft zin in natuur. Voor wie liever door straatjes slentert en op een terras neerstrijkt, hoef je ook niet naar Amsterdam of Utrecht. Steden als Deventer, Zutphen en Kampen aan de IJssel hebben een gaaf historisch centrum zonder de hordes toeristen.

Deventer is mijn persoonlijke favoriet voor een halve dag. Loop van het station naar de Brink, het oude marktplein, en duik daarna de stegen van het Bergkwartier in. De Lebuïnuskerk torent boven alles uit en vanaf de IJsselkade kijk je uit over de rivier. Pak ergens een Deventer koek, ga aan het water zitten en kijk de bootjes na. Voor een paar euro en een treinkaartje heb je een dag die voelt als veel meer.

Kamperen om de hoek

En soms wil je gewoon één nacht weg, zonder gedoe. Een boerencamping of een natuurkampeerterrein op een halfuur rijden doet wonderen. Even geen wifi, een tentje opzetten, 's avonds naar de sterren kijken en de volgende ochtend met dauw op het gras wakker worden. Veel Staatsbosbeheer-terreinen zijn klein en sober, precies wat een micro-avontuur nodig heeft.

Het mooie aan al deze trips is dat ze niet om de bestemming draaien, maar om het loskomen. Eind juni is daar het perfecte moment voor: de dagen zijn lang, het is nog rustig overal, en je bent voor donker weer thuis. Pak die fiets, of stap op de trein. Het avontuur ligt dichterbij dan je denkt.