De Eifel is een van die gebieden die veel Nederlanders voorbijrijden op weg naar verder weg, terwijl het binnen handbereik ligt: nog geen twee uur van de zuidelijke grens. Het is een zacht heuvellandschap van bossen, riviertjes en, het bijzonderst, ronde vulkaanmeren die herinneren aan het vulkanische verleden van de streek. Voor een wandelweekend zonder lange reis is het ideaal.
De maren van de vulkanische Eifel
De maren zijn cirkelvormige kratermeren, ontstaan toen grondwater in contact kwam met opstijgend magma en de boel met een explosie wegblies. Wat overbleef zijn diepe, ronde meren, vaak omzoomd door bos. Rond het Pulvermaar, het Gemündener Maar en het Weinfelder Maar lopen prachtige rondwandelingen. De vulkanen zijn niet dood; op sommige plekken borrelt nog koolzuurgas op uit de grond.
- Dauner Maare: drie kratermeren bij elkaar, mooie rondwandeling
- Eifelsteig: de lange-afstandsroute dwars door het gebergte
- Gemund en omgeving: bossen en stuwmeren in de Noord-Eifel
Stilte en eenvoud
Wat de Eifel vooral biedt, is rust. Geen drukke bezienswaardigheden of mensenmassa's, maar bossen waar je urenlang loopt zonder iemand tegen te komen. Onderweg liggen vakwerkdorpjes en oude kloosters. Het is geen spectaculair hooggebergte, maar precies die ingetogenheid maakt het tot een fijn tegengif voor de hectiek.
Praktisch
De paden zijn goed bewegwijzerd en meestal niet zwaar, geschikt voor wie geen bergbeklimmer is. Neem stevige schoenen mee, want na regen wordt de bosbodem modderig. De streek is voordelig, met eenvoudige gasthoven en stevige Duitse keuken: een Schnitzel of een bord wild na een dag lopen.
De Eifel bewijst dat je niet ver hoeft te reizen voor mooie natuur. Vulkaanmeren, stille bossen en goed bewegwijzerde paden maken het tot een onderschat wandelgebied, vlak over de grens en zo gevonden.