De Griekse eilanden krijgen alle aandacht, maar het vasteland van de Peloponnesos, het grote schiereiland ten zuidwesten van Athene, is minstens zo mooi en veel rustiger. In de lente, als de heuvels groen zijn en bezaaid met wilde bloemen, de temperaturen aangenaam en de stranden nog leeg, is het op zijn allerbest. Hier loopt de Griekse oudheid letterlijk over straat.
Een schiereiland vol geschiedenis
De Peloponnesos is een openluchtmuseum van de klassieke wereld. In Mycene stond ooit de burcht van koning Agamemnon, met zijn beroemde Leeuwenpoort. In Olympia werden de oorspronkelijke Olympische Spelen gehouden. Het theater van Epidaurus heeft een akoestiek die je vanaf de bovenste rij een muntje hoort vallen. In de lente bezoek je ze zonder de zomerse hitte en drukte.
- Mycene: de bronstijdburcht met de Leeuwenpoort
- Epidaurus: het best bewaarde antieke theater van Griekenland
- Monemvasia: een middeleeuwse stad verstopt achter een rots in zee
Bergen, dorpen en zee
Naast de ruïnes biedt het schiereiland dramatische bergen, zoals de woeste Mani met zijn torenhuizen, en kustplaatsen waar je in de lente een heel strand voor jezelf hebt. De Venetiaanse vestingstad Nafplio is een charmante uitvalsbasis. Rijd de binnenwegen, want daar liggen de mooiste dorpen en uitzichten.
Praktisch reizen
Een huurauto is vrijwel onmisbaar; het openbaar vervoer is beperkt en de afstanden groot. De bergwegen zijn bochtig, dus reken ruim de tijd. In de lente kan het overdag warm zijn maar 's avonds fris; neem lagen mee. Eet in de taverna's wat de dag brengt: verse vis, lamsvlees, en altijd een Griekse salade met olijfolie uit de streek.
De Peloponnesos in de lente combineert antieke geschiedenis, ruige bergen en lege stranden, ver van de eilanddrukte. Neem een auto, rijd de binnenwegen, en je ontdekt het Griekenland van de oudheid in een groen en rustig jaargetijde.